De Amsterdamse Krant

16 augustus 2016

De Amsterdamse Krant 16 augustus 2016


Eén groot feest: met de Hema-wagen naar Rabbitt Hill

Kamperen op Rabbitt Hill was een feest.

En nog steeds hebben we een aantal leuke vakantieverhalen waar we dankbaar uit putten. Martin Gerven ging bijvoorbeeld met de Hema-wagen naar Rabbitt Hill en Bertus Stoeltjes kampeerde jarenlang elke zomer in Bakkum.

door Martin Gerven
Mijn vader werkte vanaf begin jaren vijftig bij de Hema in de Ferdinand Bolstraat en wij woonden in de Gerard Doustraat op nr. 27 tussen de Frans Halsstraat, (waar ik op de Frans Halsschool zat) en de Ferdinand Bolstraat. In de grote vakanties gingen verreweg de meeste van mijn vriendjes niet op vakantie, daar eenvoudigweg het geld ontbrak. De Hema had echter een prima sociaal plan, waardoor de werknemers die wat minder verdienden toch op vakantie konden. Zij huurden namelijk voor het hele zomerseizoen een aantal eenvoudige bungalowtjes op het bungalowpark Rabbit Hill in Nieuw Milligen. Je kon dan inschrijven en, als je geluk had, kreeg je een tiendaagse periode toegewezen. Het mooie was dan ook nog dat je bagage en je fietsen van huis werden opgehaald door zo'n prachtige rode Hema-vrachtwagen, die ze dan naar Rabbit Hill bracht. Ook kreeg je nog trein- en buskaarten om er te komen.

Bakkum was het einde.

De Hema-wagen
In 1952 of 1953 gingen wij er voor het eerst heen. Wat een belevenis! Als de Hema-wagen kwam voor de fietsen en bagage stonden al je vriendjes afgunstig te kijken, want zij gingen niet. De bungalows waren zeer eenvoudig ingelicht, geen stromend water en geen elektriciteit. Per twee huisjes was er een kraan in het bos voor het water. Verlichting gebeurde middels butagas en een lamp met een gaskousje. Met mijn één jaar jongere broertje ondernamen we dan van alles in het bos en op de zandverstuiving, zoals hagedissen vangen en bosbessen plukken. En als hoogtepunt gingen we dan ook nog een keer naar het pretpark De Julianatoren in Apeldoorn.

In een andere wereld
Je was in een andere wereld waar je de hele dag op ontdekkingsreis was. 's Avonds werd er onder leiding van de kampbaas regelmatig een groot kampvuur gemaakt waar allerlei liedjes met elkaar werden gezongen. Wij hadden het geluk er een aantal malen naartoe te gaan en deze vakanties zijn een onvergetelijke herinnering geworden. Zonder enige vorm van luxe hadden we de mooiste vakanties!

Bakkum was onze vaste kampeerplaats

door Bertus Stoeltjes
Bakkum was onze vaste kampeerplaats voor het weekend. Vrijdags na schooltijd gauw een hapje eten en dan de tent en bagage achter op de fiets. Maar eerst even naar Benny Snoek. Daar haalden we altijd een fles Martini voor 's avonds bij de tent. Benny Snoek was een avondwinkel bij ons in de straat (Van Hogendorpstraat) en hij had ook nog een kar met fruit op de hoek. Vaak zaten we dan te kaarten met een glaasje Martini (mocht niet). Maar wat niet mag, is altijd leuker en spannend.

Grote kuil
Zaterdagavond was er meestal wat te doen in de pan, een grote kuil waar altijd feest was. Als er niets te doen was, gingen we naar het dorp wat rondhangen en wat drinken en als we teruggingen, namen we een taxi. Meestal een grote witte en als we dan bij het kamp aankwamen keek iedereen ons aan. Alsof we heel rijk waren en wij lachen!
Later toen we niet meer zo vaak kampeerden en ik werkte, werd ik elk voorjaar aan Bakkum herinnerd. Want de twee bazen voor wie ik werkte, stonden ook op Bakkum. Begin maart was het altijd: 'Bertus, kun je even wiggen zagen', want dan moesten de tenthuisjes weer opgezet worden en die moesten natuurlijk waterpas staan. En kapspantjes en kozijntjes moesten ook menig keer worden vernieuwd.
Niet alleen de bazen ,maar ook nog een paar medewerkers stonden ook op Bakkum. Dus in de wachtrij. Een enkele keer ga ik nog weleens een pannenkoek eten bij Johannes Hof, dat hoorde er ook altijd bij. Alles is nu verleden tijd, maar het was oergezellig.

De Ooievaar

Onlangs kregen wij van een lezer zomaar een leuke mail: "Pas geleden liep ik in de Sint Olofspoort langs proeflokaal de Ooievaar en ik vroeg me af of er misschien lezers van de Amsterdamse Krant zijn die mooie verhalen hebben over deze, volgens mij, oudste distilleerderij van Amsterdam? En op de kop van de Zeedijk zit een kroeg die de Ooievaar heet. Is daar een link tussen?"
Dat zijn twee leuke vragen die we graag aan u voorleggen. Dus heeft u mooie herinneringen, heeft u er misschien gewerkt of wat dan ook, wij horen het graag via ons mailadres
info@amsterdamsekrant.nl

Weer een nieuwe raadplaat

We hebben weer een nieuwe raadplaat waar u uw tanden op kunt stuk bijten. Het is een mooi plein in Amsterdam van voor de tweede Wereldoorlog. Oud, maar zeker nog herkenbaar. En zeker mooi voor een paar mooie anekdotes.
Uw inzending kunt u weer mailen naar info@amsterdamsekrant.nl.

'Ons huis' was een buurthuis voor de wijde omgeving

De Sloterplas in een zomer lang geleden.

(vervolg van voorpagina)
door John de Haan
Al ver voor de Sloterplas en omgeving waren gerealiseerd, was ik er als kind aan huis. Mijn ouders hadden namelijk een volkstuintje aan de Oude Sloterdijkermeerlaan pal bij de oude kazerne van de toenmalige rijkspolitie. In de laatste oorlogsjaren was dat pal bij het afweergeschut voor de Duitsers, maar het was een prima plek om onder te duiken. Wij, mijn ouders en ik, leefden daar de laatste oorlogsjaren, vandaar dat ik het daar vanaf het begin heb zien ontwikkelen. Onze volkstuin moest verdwijnen om plaats te maken voor de Sloterplas en het plantsoengebied,

Trouw gebleven
Maar ik ben de plas steeds trouw gebleven en woon er nu al meer dan 34 jaren. Als eerste windsurfer ben ik op de plas begonnen en ik heb mijn vrouw daar en in het Jan van Galenbad ontmoet, want ik was daar zwemonderwijzer. Ik praat dus over 1957 en wij zijn nog steeds bij elkaar en ik kijk elke dag bij het opstaan en weer naar bed gaan over de plas en het groen. Door een handicap maak ik al enige jaren gebruik van een scootmobiel, waarmee ik ook haast elke dag in het park te vinden ben. Nog steeds vinden wij het een lot uit de loterij dat wij hier wonen en gebruik kunnen maken van de plas en omstreken.

Flevoparkbad
Manon van der Vlist ging altijd met een paar vriendinnen vanuit de Indische buurt in de zomer naar het Flevoparkbad. "Dat was een geweldig zwembad waar in de zomer in het bad zelf, maar vooral op de enorme ligweide, van alles en nog wat te beleven was. Wij lagen altijd bij het pierenbadje, na de kleedkamers rechtsaf. Waarom weet ik niet, want linksaf was eigenlijk leuker. Daar was onder andere 'de heuvel' en daar gebeurde het eigenlijk: daar lagen de jongens. Ik zal er niet verder over uitweiden, maar dat waren bijzonder leuke momenten."

door Ilona Oostindier
Mijn ouders hadden een slecht huwelijk. Van tijd tot tijd vluchtten mijn moeder en ik naar mijn oma, die om de hoek woonde. Daar keerde voor mij de rust. Maar ik mocht niet op straat spelen van mijn oma, want dan werd je een straatmeid. Maar ja, van mijn moeder mocht ik wel af en toe buiten spelen met kinderen uit de buurt. Nu had ik in de straat het 'Ons huis', een buurthuis voor de wijde omgeving. Je had er een knutselclub, wandelclub, toneelclub, boksclub, trommelclub, postduivenclub en er was een repeteerruimte waar beginnende bandjes speelden. Je kon ook vanuit het Ons huis voor 50 cent per week je zwemdiploma halen. Dat werd ook door velen uit de buurt gehaald, onder wie ondergetekende.

Vrije speeltuin
Ik zat op de wandel-, trommel- en knutselclub en ik speelde in de vrije speeltuin. Je had ook in de Elandstraat een grote speeltuin, maar daar moest je voor ingeschreven staan en katholiek zijn. Maar zomers was daar niet veel te doen. Totdat er studenten stage gingen lopen (ik moet bekennen: dat weet ik nu, maar toen niet.) Ze hadden voor kinderen die geen vakantie hadden elke dag in het Amsterdamse Bos iets opgezet. Ik was er vaak. De ene dag had ik chocolademelk mee, de andere dag een flesje cola en natuurlijk brood en zo op de tram. Tot aan de Amstelveenseweg, bij de koepelgevangenis eruit en dan de rest lopen met een hele ploeg. Toen hield de wereld daar op (later kwam hier het VU-ziekenhuis) en was het alleen maar groen. We liepen tot de plek waar nu het Veranda-restaurant zit. Daarna gingen we het spoor over en liepen we verder tot het zwembad. Daar kon je de hele dag zwemmen met de leiding. En om drie uur weer terug.

Zomerkamp
Ik ben ook met Ons huis, dat een deel meebetaalde, op zomerkamp geweest. Voor in principe één week ging ik met kinderen uit de buurt naar een tentenkamp in Voorburg bij Den Haag. Mijn moeder had echter met de leiding afgesproken dat ik twee weken mocht. Het was heerlijk. De hele dag buiten spelen – we deden onder andere een spel dat telepathie heette en natuurlijk spoorzoekertje - en we zijn nog in het Panorama Mesdag geweest. Dat heeft veel indruk op mij gemaakt: ik had nog nooit zoiets moois gezien.

Bergafwaarts
Toen we ook daarvan terugkwamen, ben ik meteen op de volleybalclub gegaan in Oost, want in de Rozenstraat waar ik woonde ging het bergafwaarts met de clubs. Steeds meer gezinnen vertrokken naar Amsterdam-West. Het werd steeds stiller in de straat.
Wanneer ik nu zo terugdenk, hadden we het nooit over op vakantie gaan zoals nu. Je was zes weken vrij, punt. Je hoorde niet 'ik ga daarheen' of 'ik moet dat'. Niemand ging iets. Ja, een dagje op de fiets. Of bij heet weer ging ik met mijn ouders hooguit een dagje naar Zandvoort. Waren ze me nog een keer kwijtgeraakt ook. Zij maar ongerust zoeken en ik zat lekker te spelen op het politiebureau. Toen alles opgelost was en iedereen blij en tevreden, gingen we naar huis met de trein. Speelde ik in de trein bakkertje. De bakker bij ons in de buurt had een lift, dus dacht ik dat het raampje van de trein ook een soort lift was en dat het ijzeren kettinkje ervoor was om het deurtje open en dicht te doen. Dus trok ik aan dat kettinkje en ja hoor: de hele trein kwam tot stilstand. Ik ging meteen overstuur naar mijn ouders. De conducteur vroeg wie dat gedaan had, nou, niemand wist dat. En mijn huilen kwam omdat ik gevallen was.

Vooral op straat spelen
Maar zomervakantie vroeger, dat was vooral op straat spelen. Je had een enkele uitzondering, zoals mijn buurmeisje, dat ook mijn vriendin was. Haar ouders waren wél gescheiden en haar vader was autohandelaar. Die verzorgde zijn ex en drie kinderen goed. Hij kocht onder andere een stacaravan op Zandvoort, tegenover zwembad Riche, en hun speelgoed was Lego, wat in die tijd ook al duur was. Dat was luxe met een hoofdletter.

Elke dag naar de plas

door Loes Frikken
In 1960 kwamen wij in Osdorp te wonen en de Sloterplas was ons thuis. Soms in het Sloterparkbad, maar heel vaak bij de jachthaven aan de Cornelis Lelylaan, die er toen nog niet was, lopen over de buizen waar een vriendje vanaf viel en zijn broer riep: "Hij kan niet zwemmen". Mijn zus en wij hebben hem eruit gehaald.

Bootje
Vaak gingen we met ons bootje op het midden van de plas liggen en dan hoorde je in het donker alle verre geluiden. Vorig jaar is mijn broer, die 65 jaar is geworden, overleden. De laatste maanden van zijn leven gingen we elke dag met hem in de rolstoel naar de plas en zaten daar dan een paar uur herinneringen op te halen. Wij hebben zijn as daar ook uitgestrooid, hij woonde in de flat Klarenburg. Toen hij nog niet ziek was, wandelde of fietste hij elke dag rond de Sloterplas. In augustus is het een jaar geleden dat hij overleed, maar alle herinneringen van de jaren blijven.

Het Sint Jorishof

35

door Jos en Frits Mol, Adrie de Koning

Introductie
Mijn zwager Adrie kwam toevallig het Sint Jorishof tegen op een van zijn speurtochten. Jos zijn liefkoosnaampje was vroeger 'Joris' en hij werd soms ook wel 'Joseph' of 'Josephien' genoemd.

Ligging en ouderdom
Het Sint Jorishof (oorspronkelijk heette het Sint Jorisgasthuis) was het eerste leprozenhuis van Amsterdam. Het hofje was gesitueerd aan de Kalverstraat op de hoek met de Heiligeweg, tussen de Olieslagersteeg en de toenmalige Sint Jorissteeg. De stichtingsdatum van het hofje is niet met zekerheid bekend, maar de oudste vermeldingsdatum is 1410.

De westzijde van het Sint Jorishof na de verbouwing van 1747. Rechts een deel van de Walenkerk, links de in 1678 vernieuwde vleugel van het proveniershuis.

Geschiedenis van het hofje
Na de stadsuitbreiding van 1480 lag het gasthuis binnen de stadsmuren en eind 15e eeuw werden de leprozen verhuisd naar een gasthuis buiten de stadsmuren, het Leprozenhuis. Het Sint Jorisgasthuis werd toen het Sint Jorishof genoemd en richtte zich op de zorg voor de 'onnozelen van geest'. Later was het een proveniershuis: een wooncomplex waar men zich voor een eenmalig bedrag inkocht en daarna voor zijn hele leven gratis kost en inwoning genoot. De kapel van het Sint Jorishof werd in 1624 verbouwd en verhuurd aan het Sint Josefsgilde van timmerlieden. Dit gebouw aan de Kalverstraat 183 was nog lange tijd in gebruik als gildehuis. Vanaf 1889 huurden Joseph Cohen en Rosa Wittgenstein het pand en startten hier het overbekende modehuis Maison de Bonneterie.

Aanvulling redactie
In het kader van bovenstaand artikel is het aardig om iets meer te melden over het bekendste leprozenhuis in Amsterdam. Hiervoor raadpleegden we Wikipedia.

Het Leprozenhuis bestond vanaf begin 15e eeuw, mogelijk eerder. Het stond oorspronkelijk buiten de stadsmuren, aan de zeedijk (Sint Antoniesdijk) voorbij de Sint Antoniespoort (nu Waag).
Alle inwoners van de stad die door lepra waren getroffen, werden gedwongen om in het Leprozenhuis te gaan wonen. Leprozen van buiten de stad mochten de stad niet in om te bedelen, behalve op maandagvoormiddag. Wel mochten ze een of twee nachten in het Leprozenhuis overnachten, zolang ze een geldige 'vuilbrief' (bewijs van ziekte) hadden.

Het Lazerushuis
Door stadsuitbreiding kwam het Leprozenhuis in 1593 binnen de veste te liggen. Verplaatsen was duur, dus werden er muren omheen gebouwd om het van de rest van de stad af te zonderen. In 1609 was het aantal leprozen in Amsterdam echter zover gedaald dat besloten werd om de muren weer af te breken. Hierna werd het gebouw voornamelijk als proveniershuis gebruikt en als tehuis voor 'onnozelen' (waarmee mensen met een verstandelijke handicap bedoeld werden) en 'krankzinnigen' (psychiatrische patiënten). In de jaren 1660 woonden er voornamelijk proveniers, onnozelen en krankzinnigen in zes of zeven dolhuisjes. Om deze laatste groep stond het Leprozenhuis vooral bekend. Zo was er een Amsterdamse uitdrukking 'Hij moet in 't Lazerushuis' voor iemand die zich belachelijk gedroeg. In 1675 waren er nog 36 lepralijders, 14 proveniers, 8 'simpelen' en 11 personeelsleden.
Rond 1654 kochten de Oudezijds huiszittenmeesters een perceel aan de Leprozenburgwal (sinds de demping Waterlooplein genoemd), in de tuin van het Leprozenhuis. Op dit perceel werd het Oudezijds Huiszittenhuis gebouwd.
Begin 19de eeuw werden geen nieuwe 'onnozelen' meer toegelaten en werd het Leprozenhuis exclusief een proveniershuis. Het gebouw werd in 1867 afgebroken en op het vrijgekomen terrein kwamen een politiebureau en een fysiologisch laboratorium.

Let niet op de rommel (1)

Een wijkagent van politiebureau Staatsliedenbuurt wordt gebeld door mevrouw Koster uit de Van Limburg Stirumstraat. In die tijd, rond 1980, staan de vooroorlogse 'woningwetwoningen' er nog en doet 'ome Koos' boodschapjes voor de winkeliers. Het is een gezellige straat waar de mensen elkaar kennen en de wijkagent een vertrouwd figuur is.
Mevrouw vertelt dat haar zus uit bed is gevallen en vraagt of iemand kan komen helpen om haar er weer in te sjorren. De hoogbejaarde dames zijn bij het politiebureau bekend, dus even later gaan twee agenten, Sjaak en Joop, op pad om de dames te assisteren. In de woning treffen ze echter twee vrouwen aan die het niet zo nauw nemen met hun persoonlijke hygiëne. Ze besluiten mij te vragen om de situatie te beoordelen.
Met z'n drieën gaan we de volgende ochtend naar het afgesproken adres en als we aanbellen steekt mevrouw Koster haar grijze hoofd uit het raam van de derde verdieping. Zij kijkt wezenloos naar beneden. Wij gaan op de trambaan staan en gebaren en roepen dat ze de deur open moet maken, maar het lijkt alsof ze geen idee heeft dat we het tegen haar hebben. Ondertussen doet Sjaak verslag van het huisbezoek van de vorige dag.
"Mevrouw Koster belde mij omdat haar zuster uit bed was gevallen en zijzelf niet in staat was haar terug te leggen. Nou, je bent wijkagent of niet, dus ik roep mijn maat en wij eropaf. Gisteren liet ze ons meteen binnen, maar ik denk dat ze weer vergeten is wie we zijn. Al in het trappenhuis knalden we tegen een muur van pislucht aan en binnen in hun woning was het al helemaal niet meer te harden. De zussen slapen samen in één bed. Het hele matras en de bruine lakens zijn nat van de urine. Toen we de ene zus hadden teruggelegd, zeiden we tegen elkaar: Morgen gaan we hier met Plenter naartoe."
Het spektakel blijft in de buurt niet onopgemerkt. Omstanders blijven nieuwsgierig staan, want zeg nou zelf, twee geüniformeerde agenten en een burger die wild staan te gebaren, die vallen wel op in deze volksbuurt. "Misschien is ze wel dood", grapt een bijdehante man. Nog steeds kijkt het grijze koppie bewegingloos naar beneden en het publiek groeit aan. "Ik ken deze panden", zegt Joop. "Helemaal bovenin kun je via brandgangen van woning naar woning. Alleen moet een van de buren ons dan wel binnenlaten."
(Wordt vervolgd)

De keten van ponten werd als een snaar gespannen

Vervolg van de vorige pagina's: de pontenbrug over het IJ

Jaap Bijl noemt het een héél bekende plaat. "De foto is uit 1944, toen er bijna geen brandstof meer was om de stoomponten naar Amsterdam-Noord te laten varen. Men heeft toen een aantal ponten achter het Centraal Station aan elkaar gelegd teneinde voetgangers de gelegenheid te geven de overkant te bereiken. Auto's reden er bijna niet. Een aantal keren per dag werd er een pont tussenuit gehaald om het scheepvaartverkeer over 't IJ te laten passeren. Er was in die tijd overigens ook weinig scheepvaartverkeer. De hongerwinter stond voor de deur!" Dat laatste is dus een van de misvattingen waar W. Gortzak het hierboven over heeft.

Creatieve voorziening
Maaike de Graaf: "Dit is een foto uit de Tweede Wereldoorlog van het IJ tussen de Buiksloterweg en de De Ruyterkade (achterzijde CS). Hier ligt een aantal veerponten achter elkaar als een noodbrug (oeververbinding). Door brandstofgebrek kon de pont niet meer varen en om toch mensen naar de overkant van het IJ te kunnen brengen – ook om voedsel te kunnen kopen ten noorden van Amsterdam – is deze 'creatieve' voorziening gemaakt."

2015
"In 2015 had men op Bevrijdingsdag (5 mei - in het kader van 70 jaar vrijheid) gepland om nog een maal deze noodbrug aan te leggen, echter door de harde wind moest men dit afgelasten. Op Bevrijdingsdag 2016 heeft deze bijzondere gebeurtenis alsnog kunnen plaatsvinden. Zelf ben ik geboren in 1953 en heb dus geen persoonlijke herinneringen hieraan, maar de ouderen onder ons vast wel."

Geen olie meer
Mevrouw A. Somers dan: "Ik wil weer eens proberen de plaat te raden. Volgens mij is het de 'pontbrug' die in de Oorlogswinter is gelegd tussen het Centraal Station en Amsterdam-Noord. Er was geen olie meer om deze ponten nog te laten varen. Ik meen dat deze brug slechts enkele uren per dag open was. Mensen die nog een roeibootje bezaten, brachten soms tegen betaling mensen naar de overkant."

Brandstoftekort
Mike de Man is ook weer van de partij: "De raadplaat van 22 juli lijkt mij genomen vanaf het oostelijke deel van de De Ruijterkade richting Noordzeekanaal. De afbeelding geeft de pontbrug weer die eind Tweede Wereldoorlog werd aangelegd naar Noord i.v.m. het toen heersende brandstoftekort. Een goed (ver)gelijkende foto op dezelfde plaats is niet meer te nemen: de omgeving is rigoureus en bijna onherkenbaar veranderd. Er zouden nu waarschijnlijk ook minder ponten nodig zijn, het IJ wordt steeds smaller!"

Te voet
Martin Greven schrijft: "De raadplaat met de ponten die achter elkaar over het IJ liggen, heeft volgens mij betrekking op een periode uit de oorlog waarin geen brandstof meer beschikbaar was. Ik dacht dat de pontenbrug er gelegen heeft van april 1945 tot september 1945. De ponten werden op deze manier neergelegd, zodat je te voet, over alle ponten heen, naar de overkant kon komen."

Heel leuk
Ben Stokman heeft de plek goed, maar ook hij zit ernaast met het jaartal. "Heel leuk de raadplaat van deze week. Ik denk dat het de plaats van de vroegere Valkenwegpont is tegenover de toenmalige brandweerkazerne op de De Ruiterkade. Het zal geweest zijn eind 1944 begin 1945. Gedwongen door een tekort aan brandstof voor de IJ-ponten waren alle ponten aan elkaar gekoppeld en ze vormden zo een brug van de De Ruijterkade naar de Valkenweg aan de overkant van het IJ. Je kunt ook nog goed de respectievelijke steigers zien met daarop de kantoortjes van de bodediensten. Scheepvaartverkeer was er niet en zo was er een vaste verbinding over het IJ."
"Deze verbinding werd ook heel veel gebruikt door de mensen die lopend of met de fiets terugkwamen van de hongertochten in Noord. Soms stonden daar de controleurs van de CCD die allerlei dingen in beslag namen. Dan hadden de mensen dagen gelopen in de meest barre omstandigheden en kwamen ze nog met lege handen thuis."
"Ik was als Amsterdams jochie van 10 jaar zo gelukkig dat ik al in september 1944 naar de boeren was uitgezonden, waar ik tot juli 1945 verbleef bij een gezin met 11 kinderen. Daar heb ik heel veel aan te danken gehad. Toen mijn vader me in september 1944 wegbracht achter op de fiets gingen we over de Tolhuispont. Terug kwam ik met een boot via Hoorn, dus zelf heb ik van deze oeververbinding nooit gebruikgemaakt."

Razzia's
Mini Haenseler-Rolloos woont nu in Zwitserland, maar destijds in Amsterdam en weet: "Dit is de Tolhuispont in de oorlog. Toen er geen brandstof meer was, heeft men ponten achter elkaar gevaren zodat er evengoed een overgang was naar het noorden. Mijn moeder kwam uit Landsmeer en mijn ouders woonden op de Nieuwe Keizersgracht. In Landsmeer was meer te eten dan in de stad, dus gingen ze veel naar het noorden. Vlak voor de pont werden regelmatig razzia's gehouden en haalden de Duitsers mannen van de straat voor een 'Arbeitseinsatz' ergens in Duitsland. Een vrouw in de Van der Pekstraat waarschuwde een keer mijn vader en haalde hem binnen tot de Duitsers verdwenen waren."

Vrachtschepen
G.L. Jansen heeft het goede antwoord ook: "De raadplaat van 22-07 is een foto van de pontbrug over het IJ. Door brandstofgebrek konden de ponten niet varen en men besloot om een aantal ponten achter elkaar te leggen om zodoende toch een oeververbinding tot stand te brengen tussen de De Ruyterkade en de Buiksloterweg; ook lagen er twee dekschuiten die weggevaren konden worden t.b.v. de vrachtschepen."
"De verbinding heeft dienst gedaan van eind maart '45 tot half juni '45. In 2015 was het 75 jaar geleden van deze toch wel historische verbinding. Op 5 mei vorig jaar heeft men een vaste verbinding gemaakt door middel van pontons, voor deze oversteek waren de kaarten in no time uitverkocht. Helaas ging er een zeer zware storm die ochtend over het IJ en het risico van ongelukken was te groot, dus heeft men het afgeblazen. Maar op 5 mei van dit jaar heeft men opnieuw een pontonverbinding aangelegd, wat een groot succes werd!! Het valt op dat mensen die niet uit Noord komen het steevast over 'de pontjes' hebben, de noordeling zegt pont!"

De pontbrug over het IJ
En dan is er Theo Bakker. Theo beheert de prachtwebsite theoabakker.net waarin hij veel schrijft over de geschiedenis van Amsterdam. Hij stuurt een mail waarin hij wijst op het artikel, inclusief foto's, dat hij over de pontenbrug schreef. Het is gedetailleerd, goed geschreven en de feiten kloppen, hetgeen redenen genoeg zijn waarom we dit verhaal hieronder graag afdrukken.

door Theo Bakker
Van 31 maart tot 14 augustus 1945 lag over het IJ een pontbrug met een totale lengte van zo'n 280 meter. Door het stoppen van kolenleveranties waren de pontverbindingen in Amsterdam de een na de ander gestaakt. Dat was vooral problematisch voor de hongerende bevolking ten zuiden van het IJ, die in de hoop om nog wat eetbaars te bemachtigen de blikken op noordelijk Noord-Holland richtte. Het overzetten van mensen die op 'voedseltocht' gingen, gebeurde met roeiboten. Daarvoor werd geen geld gevraagd, maar een deel van de verworven etenswaar. Met geld was niet veel meer te beginnen in de Hongerwinter.

Schipbrug
Begin februari 1945 overlegde het stadsbestuur met de bezetter om tot een schipbrug te komen. De Duitsers gingen akkoord, mits er een beweegbaar deel van minimaal 40 meter bleef voor de scheepvaart die in opdracht van de Wehrmacht voer. In allerijl werd contact opgenomen met de Nederlandsche Scheepbouw Maatschappij en de Hollandsche Beton Maatschappij voor de technische uitvoering van de pontbrug en vooral voor het bewegende deel. Ook werd in het geheim overleg gepleegd met de 'illegaliteit', het ondergrondse verzet.

Fiat
Ook die, en hun achterban in Engeland, moesten hun fiat geven om te voorkomen dat de pontbrug door vliegers aangevallen zou worden. Er werden zes gemeenteponten gereserveerd en voor het bewegende deel drie heibakken, een soort stalen pontons. In de pontfuiken aan de De Ruyterkade en bij het Tolhuis kwam een pont te liggen. Vanaf de De Ruyterkade werden er aan die pont nog vier vastgemaakt, dat wil zeggen met zware ijzeren balken aan elkaar verbonden, deels gelast. Door de golfslag en ongelijke belasting door zwaardere wagens moesten de afzonderlijke ponten enigszins flexibel op en neer kunnen bewegen. Waar twee ponten aan elkaar grensden, werden de kleppen verwijderd, waarna een enkele klep over de naad tussen de ponten werd bevestigd om de hoogteverschillen op te vangen.

Beweegbare klep
De pont die aan de heibakken zou gaan grenzen behield weer zijn beweegbare klep, die opgehaald werd als het beweegbare deel open moest. Elke pont in de vaargeul werd aan voor- en achterzijde naar beide zijden gefixeerd door 100 meter lange staalkabels en een anker in de bodem van het IJ.

Heibakken
De heibakken lagen lager op het water dan het dek van de ponten. Die moesten dus verhoogd worden. Ze kregen zijschotten en daartussen werd zand gestort en daarna bestraat met klinkers. Zoals u ziet is 'stratenmaker op zee' dan toch geen contradictie. Tot slot werd aan beide zijden een leuning aangebracht. Vrijwilligers voor dit op zich best zware werk waren er genoeg. Ieder die ingezet werd, bleef alsnog gespaard van de 'Arbeitseinsatz'. Het aantal werkers aan de pontbrug liep in maart op tot 80. Ook voor de bediening van het te openen brugdeel was om dezelfde reden animo genoeg.

Beweegbaar deel
Omdat de vaargeul in het IJ langs de noordoever loopt, was het meteen duidelijk dat het bewegende deel van de pontbrug dáár moest komen. De opening tussen de uiterste ponten bedroeg 55 meter, terwijl de breedte van de heibakken 15 meter bedroeg. Door de met elkaar verbonden heibakken te laten opendraaien als een deur, scharnierend over een punt van de in de Tolhuisfuik gelegen pont, bleef een doorgang over van 40 meter. Voor het in beweging brengen, waren op elke hoek lieren aangebracht die met staalkabels verbonden waren met punten op de wal. Om de doorgang weer te sluiten, trok een stel lieren op de heibakken, met kettingen naar de uiterste pont in de vaargeul, de boel weer strak. Daarbij werd de keten van ponten in de vaargeul als een snaar gespannen en tegen de heibakken aan getrokken. Het verschil was een afstand van iets meer dan een meter, een ruimte die nodig was om de breedte van 15 meter te laten cirkelen. De open ruimte moest net zo groot zijn als de diagonaal van de samengevoegde heibakken.

Sleepboot
Na 5 mei werd een sleepboot ingezet voor het openen en sluiten van de heibakken. In de loop van de zomer kwam het kolentransport weer op gang en kon er nagedacht worden over het verwijderen van dit obstakel voor het eveneens op gang komend scheepvaartverkeer. De Valkenwegpont hervatte als eerste de dienst en op 14 augustus was het zover dat ook de Tolhuispont weer ging varen.
(Voor de technische beschrijvingen heeft Theo Bakker dankbaar gebruikgemaakt van een artikel van J. Sierdsma in 'Ons Amsterdam', jaargang 13 (1961).

Op de volgende pagina de nazit over de Konijnenstraat en Overtoom 30.

Pontonbrug over IJ was aan het einde van de oorlog

In elke editie van de Amsterdamse Krant publiceren we de raadplaat, waarbij we de lezers laten raden waar foto's uit de collectie van Simon Blokland of foto's die lezers hebben ingestuurd, zijn gemaakt. Voor een groeiend aantal trouwe lezers is het inmiddels een leuk tijdverdrijf. Soms zijn de foto's makkelijk, soms moeilijk, maar over het algemeen krijgen we veel inzendingen. De raadplaat in de vorige editie was een makkie. Dat wisten we al toen we deze publiceerden, maar we wilden vooral reacties uitlokken. Nou, we kunnen wel stellen dat dat gelukt is. En als u genoeg hebt van de verhalen over de ponten- of pontonbrug over het IJ – want dat is de oplossing – 'zap' dan niet weg, want we hebben nog een paar prachtige nazit-artikelen over onder andere de Overtoom en de Konijnenstraat.

Onder anderen de Mollen en de Koningen kwamen met het goede antwoord. Zij dachten meteen aan de verbinding over 't IJ die afgelopen Bevrijdingsdag met behulp van gemeenteponten was aangelegd. Dit ter herdenking van de oeververbinding die in 1945 vanwege het brandstoftekort op dezelfde manier vanaf de De Ruijterkade over 't IJ was aangelegd. "Op de foto van de raadplaat zijn de oude stoomponten goed te herkennen aan hun pijpen. Het is dus de De Ruijterkade, waar jarenlang het standbeeld stond van Jopie Hoorn. Dit beeld stond aanvankelijk op de Javakade bij de Stoomvaart Maatschappij Nederland (SMN) ter nagedachtenis van de gevallen zeevarenden en personeel van de SMN. Het beeld uit 1950 van Pieter Starreveld toonde een zeeman in oliejas die met de zuidwester op over zee keek. Omdat vele SMN'ers in het beeld de bootsman Jopie Hoorn herkenden - die op de Javakade woonde - kreeg het beeld al snel zijn naam. Na het opheffen van de etablissementen aan de Java- en Sumatrakade werd het beeld verplaatst in de buurt van het Centraal Station op de De Ruijterkade."

Pontonbrug
"Voor de oplettende lezers staat bij de foto 'Scheepvaartmuseum'. Na googelen op 'Scheepvaartmuseum pontonbrug' vindt men een artikel met de titel 'Vraag & antwoord Pontonbrug 5 mei 2016'. Daar zien we de raadplaat uit 1945!" Het goede antwoord is dus de De Ruijterkade en de pontonbrug die daar in 1945 is aangelegd. En óf die plek óf die brug óf beide leidden tot een enorm aantal reacties."

Ik lag nog in de wieg
Natuurlijk is er naast de Mollen en de Koningen Gielijn Escher, die bevestigt wat wij ook al dachten: het is niet moeilijk. "Inderdaad niet heel lastig deze keer. Net niet van voor mijn tijd: ik lag nog in de wieg en spreek dus niet uit eigen waarneming. Er zullen ongetwijfeld verhalen komen van anderen die de pontenbrug over het IJ in 1945 wel bewust hebben meegemaakt. Laat ik het daarom ditmaal puur bij de locatie-aanduiding houden."
"De foto is genomen vanaf het dak van het Centraal Station. We kijken over het IJ in westelijke richting. Hoewel er in dit panorama onnoemelijk veel is veranderd, zijn er toch nog een paar 'overlevers' herkenbaar in beeld. Links (stadzijde): de oude silo, het Westerdokhuis en het aanpalende woonblok, alle rond het Barentzplein. Rechts (noordzijde) zien we de oude vuilverbranding en helemaal aan de horizon is vaag de voormalige (spoor-)Hembrug te herkennen."

Veel misverstanden
W. Gortzak schrijft het volgende: "Dit is een foto waar veel misverstanden/verhalen over zijn en gaan. Het is de pontonbrug over het IJ vanaf het CS naar de Buiksloterweg. Deze pontonbrug van stoomponten werd op 1 april 1945 voor het publiek geopend en niet zoals vaak verteld wordt in de hongerwinter. Ook gaat het verhaal dat hierdoor de stedelingen in de gelegenheid werden gesteld om voedsel te halen. Het tegengestelde is dat vaak aan de noordkant bij de Tolhuispont Duitsers of landwachten stonden om het met (veel moeite) verzamelde voedsel af te pakken. In het boek 'Overkant van het IJ - vechten tegen de achterstand', geschreven door Dick Reedijk, uitgegeven in 2009, kwam ik nog enkele details over de pontonbrug over het IJ tegen."

Nog herdacht
Bertus Stoeltjes bericht kort en bondig: "Dit is de pontbrug over het IJ van Amsterdam-Centrum naar Amsterdam-Noord in 1945" en Ria Scharn laat weten: "Dit is natuurlijk niet zo moeilijk. De pontbrug over het IJ is dit jaar nog herdacht en de Amsterdammers konden nogmaals over de ponten naar Noord lopen. In de laatste oorlogsjaren konden de ponten door brandstofgebrek niet meer varen en daarom werd deze oplossing bedacht. Een pontbrug van de De Ruyterkade naar het Tolhuis."

Muntendam
Hans Kubbe laat weten: "Tijdens de laatste oorlogsmaanden verbleef ik in Muntendam (Groningen). Ondergebracht bij een pleeggezin om daar op sterkte te komen. Over de heenreis heb ik een week gedaan in het laadruim van een vrachtschip. De terugreis ging per vrachtauto. Over het Amsterdamse IJ lagen de gemeenteponten aan elkaar vast van oever tot oever om zodoende een brug te maken. Verder per voet naar huis in Amsterdam-Zuid."

Ketting van ponten
John Verweij heeft een uitvoerig relaas (en daar zijn we gek op): "De raadplaat van deze week betreft natuurlijk de ketting van ponten over het IJ, die tijdens - ik meen een van de laatste - oorlogsjaren is gebruikt. Deze verbinding lag op de plaats van het huidige Buiksloterwegveer ter hoogte van het Shell-gebouw dat recentelijk een nieuwe bestemming heeft gekregen."
"Ik ben van '39 en meen mij dit beeld nog vaaglijk te kunnen herinneren. Deze verbinding vormde een schakel tussen A'dam-Noord en het Centraal Station; vanwege de kolenschaarste voeren de ponten niet meer."
"Wat zo bijzonder aan deze plaat is dat ik hem al dikwijls heb gezien en er nog vaker over heb horen vertellen door een oude tante. In haar verhalen, die ik heel vaak moest aanhoren, vertelde zij in die jaren regelmatig het IJ te zijn overgestoken om met haar oude, samengestelde fiets met tuinslangen als banden, boeren te bezoeken in Waterland en omstreken. Vele fietstochten ondernam zij om haar vrijwel nieuwe huisraad (zij waren net voor de oorlog getrouwd) te ruilen tegen eten voor man en kinderen. Huisraad, maar ook textiel zoals lakens en slopen, handdoeken en verder klein, gemakkelijk per fiets mee te nemen spullen."

Aangehouden
"Op zekere dag, net weer terug van een expeditie in de omgeving van Hobrede, werd ze - als te doen gebruikelijk - weer aangehouden bij de pont. 'Waar komt u vandaan, wat heeft u daar gedaan en wat zit er in die tassen?' Een noeste dag van zwoegen op die oude fiets in barre kou leek te eindigen met lege tassen op de pont! Alles zou natuurlijk in beslag worden genomen door die lui. Zij gooide alles in de strijd, haar ontberingen onderweg, honger bij man en kinderen, die haar haast zouden verplichten snel weer zo'n tocht te ondernemen."

Gezagsdrager
"De gezagsdrager van dienst vroeg naar haar papieren en hoorde haar verhaal aan. Stilzwijgend keek hij met norse blik om zich heen en siste zacht: 'Doorfietsen, snel!' De aardappelen en uien smaakten die avond als nooit tevoren. Denkend aan mijn tante Cato herinner ik mij altijd weer dit verhaal. Een mooi, dapper mens."

Niet lastig
Paul Zuiderhoek vond het ook niet lastig: "Echt moeilijk lijkt mij de oplossing van de laatste raadplaat niet. De foto is genomen vanaf de De Ruyterkade achter het Centraal Station en dan westwaarts richting Shell-terrein. Nog net in de oorlog, maar wellicht direct erna, is deze uit veerponten opgetrokken brug naar Noord in functie geweest. In ieder geval was hij nog in gebruik op 5 juli 1945."
"In de zomer van 1944 ben ik als 6-jarige met een leeftijdsgenoot uit de Spreeuwenparkbuurt op avontuur geweest. Vanaf de Valkenweg/hoek Ooievaarsweg (u weet wel: boekhandel/leesbibliotheek/postagentschap De Waterlandse Boekhandel) zijn we via de Willemsluizen naar de Tolhuispont gelopen. Daar aan boord van de pont gegaan en vervolgens met het kringlijntje om het Centraal Station heen. Daarna zijn we ook langs dezelfde route weer thuisgekomen. Waar waren we geweest? Ze hadden ons al lang gezocht. Er was enige verbijstering nadat we ons verhaal hadden gedaan."

Shell-terrein
"Begin januari 1945 ging ik met mijn beide grote zussen en vele andere kinderen vanaf het Shell-terrein in een veewagen via de Afsluitdijk naar Friesland. Een tocht met hindernissen, want nog voor die dijk zakte de wagen door een van zijn assen. Uiteindelijk kwamen we aan in Bolsward en werden daar als evacués over diverse pleeggezinnen verdeeld. Ik in Beetsterzwaag en mijn zussen in Drachten. In Friesland heb ik ook de bevrijding meegemaakt en de duizenden lopende Duitse militairen na de capitulatie in Beetsterzwaag voorbij zien komen."

Tolhuispont
"Pas op 5 juli ben ik met een auto teruggebracht naar Amsterdam-Noord. Die tocht moet - zoals je dat toen noemde - over land hebben plaatsgevonden. Dat weet ik zeker, want we reden naar de Tolhuispont en die voer niet. Rustig rijdend is de auto over de pontenbrug gegaan en al spoedig waren we op de Valkenweg. De vraag mag nu zijn: hoevelen kunnen nu nog zeggen dat ze zittend in een auto deze brug hebben gereden?"

Ik weet het nog
R.F. Philip schrijft ons: "Ik weet het nog. Als kind waren in de oorlog de stoomponten over het IJ aan elkaar gekoppeld om van Noord naar de stad te komen. Dit was gedaan omdat er geen kolen meer beschikbaar waren om de ketels op te stoken om stoom te maken. Het was ook een grote val, want vaak stond er het schorem van de landwacht en als er mensen langskwamen die ergens in de polder voedsel hadden opgescharreld, werd dat door dat tuig in beslag genomen en waren die mensen helemaal voor niks dagenlang lopend naar de Wieringermeer geweest in een wanhopige poging om wat voedsel bijeen te sprokkelen."

Een soort brug
Hans Goedhart: "De foto in de Amsterdamse Krant van 23 juli betreft het IJ en is genomen vanaf de oostelijke zijde van het Centraal Station. In het laatste oorlogsjaar zijn alle gemeentelijke ponten aan elkaar gelegd en vormden zo een soort brug tussen de stad en Noord. Mogelijk was dit om brandstof te besparen in deze tijd van schaarste" en Olaf Horn schrijft: "De nieuwe raadplaat betreft de De Ruijterkade achter het Centraal Station en op de foto is ook een zogenoemde pontonbrug te zien naar Noord die is gebruikt bij gebrek aan brandstof omstreeks 1945 en in dat jaar moet de foto zijn gemaakt."

Bombardementen
Cees Spek komt uit Noord en schrijft: "Deze keer weet ik ook iets over de raadplaat. Het gaat om de pontenbrug over het IJ die daar in 1944/45 heeft gelegen. Ik heb in de periode van 1942 tot ongeveer 1968 in de Kanariestraat 22 gewoond. In 1942 was ik 9 jaar en heb dus mijn kinderjaren in Noord doorgebracht. Ik heb daar de bombardementen meegemaakt en ook de bevrijding. Nu woon ik in Didam, ongeveer 15 km ten oosten van Arnhem."

Tonnetjerond
Dit is de reactie van Rinus Stappers: "Volgens mij is het achter het Centraal Station waar al de vracht gelost werd. Wat er toen precies aan de hand was weet ik niet meer, maar ik weet wel dat de gemeente ponten achter elkaar had gelegd waardoor je zo naar de andere kant kon lopen."
"Bij het zien van de foto komt er mij een herinnering aan de oorlog naar boven, want half 1944 werden kinderen uit Amsterdam via de steigers in een gesloten aak gedaan, met alleen stro op de grond en met een accordeonspeler. Zo gingen we naar Lemmer. Daar aangekomen gingen we in open vrachtwagens naar Sneek, waar ik tot na de oorlog ben gebleven. Ik ging er heen als mager jochie en kwam terug als een tonnetje. Het deed mij goed dat ik de foto zag."

Nog overheen gelopen
Toon Haagsma: "Het is de brug gemaakt van ponten over het IJ. Door gebrek aan kolen
was varen niet meer mogelijk. Ik was toen 8 of 9 jaar en woonde in de buurt van het IJ en heb met mijn vader er nog overheen gelopen naar familie in Amsterdam-Noord."

Vaste verbinding
Herman van Montfoort heeft de volgende bijdrage: "De foto is de achterzijde van het Centraal Station, de De Ruijterkade, en is genomen in de Tweede Wereldoorlog. De veerponten waren aan elkaar gekoppeld zodat er een vaste verbinding was. Als er een schip doorgelaten moest worden, werd de keten in het midden losgemaakt. Om later verder de doorvaart te stremmen, werden later de passagiersboten tot zinken gebracht. Er werd verteld dat de ondergrondse dit gedaan zouden hebben. Je zag nog net de top ven de bovendekken boven water uitsteken. De nog bestaande Prins van Oranje was daar een van. Het was een droevig gezicht."

Voedsel
Marjan van der Laan: "De raadplaat van deze keer is de ponten-pontonbrug over het IJ. Deze verbond aan het eind van de Tweede Wereldoorlog Amsterdam-Centrum met Amsterdam-Noord. Het werd de mensen op deze manier makkelijker gemaakt om voor voedsel de buitengebieden of Noord-Holland in te trekken, op zoek naar voedsel. Na 70 jaar en een jaar uitstel, in verband met slecht weer (storm), werd de brug dit jaar nogmaals aangelegd."

Zeer van belang
Robin Jonkman: "Dit is het IJ, tussen de De Ruyterkade en de Buiksloterweg. De foto is in de periode april-augustus 1945 genomen en toont de 'pontbrug' die het GVB instelde door gebrek aan brandstof voor de IJ-veren. Hierdoor kon het GVB niet meer varen en was er toch een verbinding tussen Noord en Zuid. Dit was zeer van belang i.v.m. de voedseltochten die veel Amsterdammers ondernamen om eten te halen/kopen bij de boeren in Noord-Holland."

Van Centrum naar Noord
Stamgast Bram Huijser schrijft: "De afgebeelde foto is uit 1945 toen over het IJ van april tot augustus een brug van aaneengeschakelde veerponten lag tussen het Centraal Station en Amsterdam-Noord. Wegens gebrek aan brandstoffen konden de veren niet varen, maar waren de mensen toch in staat van Amsterdam-Centrum naar Amsterdam-Noord te komen."

Meer over de pontenbrug op de volgende pagina's. Plus de nazit.

8 / 8

'Dit is het huis van mijn vriendje Frits van Unen. Ik kwam daar vaak'

De uiteindelijke conclusie: kunstschilder Taverne aan het werk aan de Overtoom 30.

Dit is het vervolg op de raadplaat, met een reactie in de nazit op Overtoom 30 (of 28, met die huisnummers wordt nogal gegoocheld?) en de Konijnenstraat

Nazit
Dan komen we terug op twee eerdere raadplaten. De eerste betreft de raadplaat van de kunstschilder waarvan we in eerste instantie niet wisten waar die foto was geschoten. Lezers attendeerden ons erop dat het de Overtoom 24-28 was. De foto is ingestuurd door Marc Stegeman en Marc kreeg zelf nog een aantal leuke reacties op basis waarvan hij allereerst vaststelt dat het nummer 30 was. "Het kan zijn dat we er net een beetje naast zaten door te verklaren dat nr. 30 het gezochte adres was. Maar 'tegenwoordig' (vast ook al weer 30 jaar of zo) is nr. 24-26 een nieuwbouwpand."

Huis van mijn vriendje
De reacties die Marc kreeg zijn gevoed door Michael Rogge, die schrijft: "Toen ik de zoekfoto in de vorige aflevering zag, meende ik het huis van mijn vriendje Frits van Unen te herkennen, maar ik was er niet zeker van. Ik blijk toch gelijk te hebben. Ik ken Overtoom 28 heel goed. Ik kwam daar vaak in de oorlog bij Frits. Hij woonde de trap op van het portiek en dan in het bovenhuis waar we verwoed Monopolie speelden. Ik meen dat het spel een andere naam had, maar niemand weet het zich te herinneren. Ik gooide ook nog eens met een mexie (stuiter) de winkelruit beneden in. Gelukkig had mijn vader er een verzekering voor lopen."

Kattenkwaad
"Frits en ik gingen ook vaak de binnenstad in om kattenkwaad uit te halen en in de liften van de modehuizen op en neer te zoeven. We gingen op de Spieghelschool ernaast, op nummer 22 geloof ik. Daarna gingen we naar de mulo in de Tienhoven (da Costa)straat. Er werd eens een demonstratie gegeven over hoe grammofoonplaten werden opgenomen. Frits en ik hadden het stukje 'Eet meer bonen' ingestudeerd en droegen dat voor. De foto roept dus veel herinneringen op."

Spieghelschool
Marc Stegeman schrijft op zijn beurt het volgende allemaal terug aan Michael Rogge: "Inderdaad staat de voormalige Spieghelschool weer direct daarnaast, richting hoek Perry Sport (Nassaukade), dus kan het zijn dat er in de loop van de tijd een paar huisnummers verdwenen zijn. Door de nieuwbouw is nr. 24 niet meer te herkennen aan de hand van de oude foto van De Indische Winkel. Maar nr. 30 lijkt er wel op, hoor. De bevestiging 30 of 24 moet dan maar komen van ene Johan (van) Emmeloord die op Facebook de naam van de winkel meldde. De dochter van reclameschilder Taverne gaat nu aan Johan vragen wat hij zich nog herinnert. Leuk hoor, zo'n speurtocht."

Overtoom 30
Verder schrijft hij: "Langzamerhand zijn we er wel van overtuigd dat de betreffende foto genomen is van het pand Overtoom 30. Sinds 2000 zit daar restaurant Diverto (ook op 28). Ter plaatse herinnerde zich niemand de Indische Winkel. De bovenwoningen worden nu kennelijk door studenten bewoond en die weten van niks (wat de historie betreft...). Via Facebook vonden we iemand terug die gewerkt heeft op nr. 30 in De Indische Winkel (gaan we nog navragen), maar dat was 1960 en toen was u al expat. Daarvoor (of na 1971?) zat er misschien Chinees restaurant Peach Garden en voor 1960 ???. Boven 28 woonde omstreeks 1915 de familie Gompertz (consul van Paraguay). We vonden geen andere aanknopingspunten. De Spieghelschool zat even verderop, op nr. 402. De andere scholen die u noemt aan de Burg. van Tienhovengracht en de Da Costastraat herkent u misschien op de WHGA-site gevelreclames.nl."

Overtoom 24
Ook kreeg Stegeman een reactie van Frits van Unen, het vriendje van Michael Rogge, die hier woonde. Hij schreef aan Marc Stegeman het volgende: "Ik kreeg van Frits van Unen een correctie over wat er over de Overtoom geschreven werd. Hij is ook al 87 en schrijft: "Op de markies staat 'de Indische winkel'. Wij woonden op 28. Naast ons was een café op 26 en daarnaast op 24 een kleine toko met allerlei Indische spullen. De oplossing moet dus zijn Overtoom 24. Later is alles vanaf 28 afgebroken tot aan de school en zijn er moderne appartementen gebouwd."

Mijn vader schilderde de tekst
In dit kader zijn we ook heel blij met de reactie van Mondie Taverne, de dochter van de schilder die op de foto staat: "Van Marc Stegeman hoorde ik dat hij een oude foto van mijn vader als raadplaat in de Amsterdamse Krant van 8 juli had geplaatst. Dit was een foto waarbij mijn vader de Indische Winkel op een zonnescherm aan het schilderen was. Ik ben samen met Marc Stegeman aan het uitpluizen waar oude foto's waar mijn vader aan het schilderen is gemaakt zijn en we waren dan ook erg blij dat de raadplaat in uw krant is opgelost nl. dat het Overtoom 30 betrof. Nog bedankt daarvoor."

Drogisterij Westerveld
Paul Zuiderhoek reageert op een eerdere inzending van Ria Schouten, die schreef dat zij iedere maand opnieuw zo enthousiast was over de etalage bij drogisterij Westerveld. "Het verleden bloeide weer helemaal op. Drogisterij Westerveld had circa vijf filialen over de stad verspreid. Onder andere een op het Spreeuwenpark in Amsterdam-Noord. En inderdaad: de etalages waren kunstwerkjes. En de etaleur is mij bekend, want dat was mijn neef Jan Olie uit de Joost de Moorstraat in West."
"Eens per maand kwam hij op zijn etalagedag bij ons tussen de middag eten op de Valkenweg, dus bij zijn tante en oom. Jan was multigetalenteerd met een grote artistieke aanleg. Zijn etaleerprestaties hebben ertoe geleid dat hij ook later bij De Bijenkorf dit beroep heeft uitgeoefend."

Tweede talent was muziek
"Zijn tweede talent was de muziek. Hij was een begenadigd pianist. Van deze kwaliteit werd dankbaar gebruikgemaakt door gymnastiekvereniging KDO in Nieuwendam. Via die weg werd hij ontdekt door het KNGV en is hij jarenlang de huispianist van die turnbond geweest en dan specifiek voor de Nederlandse damesploeg. Door mijn vertrek naar elders ben ik hem uit het oog verloren. Zo goed als zeker heeft hij zijn loopbaan vooral in de muziek voortgezet. Bij het opschrijven van deze herinnering heb ik hem gegoogeld. Tot mijn schrik is hij 7 juli jl. overleden. Uit andere berichten bleek dat hij van grote betekenis is geweest voor de muziekwereld in Landsmeer en omgeving."

Konijnenstraat
Pieter Kok tenslotte komt terug op de raadplaat van de Konijnenstraat, de straat waar Willy Alberti is geboren. "Bij het lezen van de zoekplaat Konijnenstraat dacht ik meteen aan mijn vader, die daar rond 1926 gewerkt heeft bij een koperslagerij. Daar werden onder andere koperen omhulsels voor klokken gemaakt. De foto's zijn gemaakt omdat een van zijn collega's ging trouwen. Dat werd gevierd met bier en er werd ook een draaiorgel gehuurd. Volgens Pa zijn ze ook op de bruiloft geweest en kreeg het bruidspaar een kist met serviesgoed met fabrieksfoutjes. Maar de drank was gelukkig toen rijkelijk aanwezig. Een van de collega's is nog heel lang bevriend met mijn vader gebleven en samen hebben zij nog een tijdje een fietsenzaak gehad. Wij noemde hem ome Toon. Ik ben benieuwd of er nog mensen zijn die op deze foto's nog oude familieleden herkennen. En ik zou graag vernemen wat er van hen geworden is."