De Amsterdamse Krant

22 april 2017

De Amsterdamse Krant 22 april 2017


De keus van provo: desperaat verzet of lijdzame ondergang

Op 13 mei 1967 wordt Provo op een openbare bijeenkomst in het Vondelpark ten grave gedragen. Dat is dus exact een halve eeuw terug en dus een mooi moment om verhalen over Provo, wat naast de krakersrellen ongetwijfeld de meest onstuimige periode in de geschiedenis van de stad is geweest, te publiceren.

De aanloop naar Provo (1)
De 'voorbeweging' van Provo waren de zogenoemde Pleiners en Dijkers. Pleiners hadden hun plek op het Leidseplein (meer in het bijzonder bij de cafés Rijnders en Eijlders) en de Dijkers troffen elkaar op de Nieuwendijk. Ze reden op 'buikschuivers' zoals Zundapp en Kreidler Florett, en gedroegen zich dwars. Een 'diehard' Pleiner was Robert Jan Grootveld. Grootveld was er al aan het einde van de jaren vijftig achter gekomen dat je van roken kanker kunt krijgen. In 1961 bekladde hij daarom affiches van sigarettenfabrikanten met het woord kanker of alleen maar k. Hij werd daarvoor opgepakt en kreeg een voorwaardelijke straf die later werd omgezet in zestig dagen in het gevang.

De aanloop naar Provo (2)
8 december 1961: Op de Heiligeweg wordt een zitdemonstratie gehouden tegen de komst van de atoombom (ban de bom). Er waren rond vijftig demonstraten. Commissaris De Ruiter, chef van het politiebureau Singel, let in de media optekenen: "Ik heb de indruk gekregen dat men bij dit soort demonstraties kennelijk in de eerste plaats op relletjes uit is. Men ontziet zich niet een agent af te drogen, als men de kans krijgt; bij vorige gelegenheden heeft men zelfs eens geprobeerd een politieman in een gracht te gooien".

De aanloop naar Provo (3)
6 juli 1963: In het Olympisch Stadion was een taptoe, die wreed werd verstoord door reljeugd. Het Parool meldde: "Zowel binnen als buiten het Olympisch Stadion in Amsterdam is het gisteravond tot vrij hevige botsingen tussen politie en anti-Portugese demonstranten gekomen. Op het Stadionplein vielen twee gewonden, die geruime tijd op medische hulp moesten wachten : de ambulancewagen, die in het stadion stond, mocht op last van de politie niet naar buiten. Later zijn de gewonden met een hersenschudding opgenomen." Aanleiding was de deelname aan de taptoe van een Portugese militaire band.

Beginselverklaring
De beginselverklaring van Provo luidde: "Provo ziet zich voor de keus gesteld: desperaat verzet of lijdzame ondergang. Provo roept op tot verzet waar het kan. Provo ziet in dat het de uiteindelijke verliezer zal zijn, maar de kans deze maatschappij nog eenmaal hartgrondig te provoceren, wil het zich niet laten ontgaan."

Hét huwelijk
In mei 1965 verschenen in De Telegraaf de eerste foto's van prinses Beatrix die in de tuinen van kasteel Drakensteyn hand-in-hand liep met een onbekende man. Vrij snel werd bekend dat het Claus von Amsberg betrof. Claus was een Duitser en dat viel niet geweldig in Nederland, dat nog druk bezig was met de wederopbouw van het land. Voor Provo was het aanleiding om zich hier fel tegen te verzetten en een groot deel van de bevolking kon zich wel vinden in de protesten en acties. De sympathie nam toe toen een groepje van ongeveer twintig Provo's door de politie werd afgeranseld toen zij Margrietjes op de Dam hadden neergelegd om te protesteren tegen een eerdere aanhouding van andere Provo's. Hier was veel pers bij en toen de belden 's avonds het NTS Journaal haalden, was de verontwaardiging groot.

Rookbommen
Op 28 juni 1965 maakten Prinses Beatrix en Claus von Amsberg bekend dat ze op 10 maart 1966 in het huwelijk zouden treden en naarmate de huwelijksdag naderde, verschenen de vreemdste berichten in de pers. Zoals het bericht dat Provo van plan was om suikerklontjes met lsd aan de politiepaarden te voeren.
2 en 3 juli 1965: In Amsterdam werden op vrijdag 2 juli pamfletten tegen de ontvangst van Prins Claus in Amsterdam geplakt. De tekst was "Amsterdammers, blijf zaterdag thuis". In eerste instantie wist de politie niet waar de zin voor bedoeld was, maar al snel bleek het tegen de komst van Claus von Amsberg. "Wij zijn van het Oranje comité. We willen, dat iedere Amsterdammer zaterdag in zijn eigen stad blijft", lieten de plakkers weten. Er waren dertig plakkers, van wie er 15 werden aangehouden. Onder hen bevonden zich de journalisten Joop van Tijn en Bram de Zwaan, columniste Renate Rubenstein en kunstschilder Frank Lodeizen.
Een dag later – op de bewuste zaterdag - werd bij het Monument op de Dam geprotesteerd tegen de komst van Claus. We lezen in Het Parool van die dag: "Met de bedoeling te protesteren tegen het bezoek van Claus von Amsberg vandaag aan Amsterdam, hebben zeven jongelui vrijdagmiddag om vijf uur het Nationaal Monument op de Dam misbruikt voor een demonstratie. Zij probeerden een krans bij het monument te leggen. De politie verhinderde dit.

Lees verder op pagina 2

Schietpartij

De iconische foto van W.F. Leijns van de schietpartij.

Op 7 mei 1945 werd de bevrijding gevierd op de Dam in Amsterdam toen rond drie uur 's middags plotseling schoten werden gelost door Duitse militairen vanaf het balkon van De Groote Club, op de hoek met de Kalverstraat. Hierbij vielen meer dan dertig doden en ruim 100 gewonden.
Op 9 maart dit jaar verscheen het boek 'Drama op de Dam'. De voorloper van de Amsterdamse Krant, de Oud-Amsterdammer, heeft veel aandacht besteed aan deze schietpartij en gaat dat ook doen in de volgende editie die op 6 mei verschijnt. Als u nog een bijdrage hebt, dan houden wij ons aanbevolen.
Uw inzending kunt u mailen naar info@amsterdamsekrant.nl

Nieuwe raadplaat: een statige laan

Je kunt dit met gemak een riante straat noemen, of een laan zelfs. Met mooie bomen en statige gebouwen. Momenteel ziet deze straat er bepaald anders uit. Hoe? Dat horen we graag van u, want dit is de nieuwe raadplaat. We weten dat deze best lastig is, maar we gaan er weer vanuit dat we heel wat inzendingen zullen krijgen.
Uw inzending zien we graag tegemoet op
info@amsterdamsekrant.nl.

Provo was tegen instituties en wilde zelf geen instituut worden

Provo gaf verschillende bladen uit, waaronder het cartoonblad God, Nederland en Oranje.

Vervolg van voorpagina

In het oog
Een groep agenten - negen in uniform, zes in een overvalbusje en zes in burger - hield de demonstranten in het oog. Omstreeks half zes liepen de jongelui naar het monument om de krans te deponeren. Toen de politie aanstalten maakte dit te verijdelen, maakte een van de demonstranten zich bekend als voorzitter Van G. van de studentenvereniging Politeia. Hij vroeg de politie of ze de bloemen mochten neerleggen; ze zouden daarna zonder verzet te bieden met de politie meegaan. De politie weigerde hierop in te gaan.

Ik duld geen demonstratie
"Ik duld hier geen demonstratie", zou een van de politiemannen hebben gezegd. Toen gevraagd werd op grond van welk artikel in de politieverordening geen bloemen bij het monument mochten worden gelegd, zou een agent hebben geantwoord, dat het hem niet kon schelen op grond van welk artikel de demonstranten gearresteerd zouden worden.

Slechts een van de demonstranten slaagde erin bij de voet van het monument te komen. De deelnemers aan de demonstratie boden geen verzet bij hun arrestatie. Volgens getuigen werden zij op vrij hardhandige wijze in een busje geduwd. Een cameraman, die het hele gebeuren aan het filmen was, werd gesommeerd te verdwijnen. Toen hij hieraan niet snel genoeg gevolg gaf, werd hij op krachtige wijze weggewerkt. Meegedeeld werd dat de opnamen van de man vanavond op het televisie-scherm zouden komen in Brandpunt.

Joop van Tijn
Onder de bloemendragers op de Dam bevond zich ook de 29-jarige Joop van Tijn, verslaggever van Vrij Nederland en invaller quizmaster van de VARA, die in de nacht van donderdag op vrijdag al op de Dam was aangehouden, toen hij zich bevond bij een groepje, dat pamfletten opplakte die tegen Claus von Amsberg gericht waren."

Hét huwelijk (2)
Na de huwelijksvoltrekking op 10 maart, reed de trouwstoet door de Raadhuisstraat en daar kwamen de protesten tot een hoogtepunt. Er werd een kip losgelaten en voetzoekers en rookbommen ontploften. Een van de rookbommen ontbrandde vlak voor de Gouden Koets en dat was het sein voor veel meer rellen die tot 's avonds laat duurden en waarmee de politie geen raad wist. Dat bleek vooral toen er een felle charge werd uitgevoerd in een portiek bij hotel Krasnapolsky. Het toeval wilde dat in dit portiek ook veel journalisten stonden en daags erna verschenen dan ook de meest wilde artikelen in de media over het veel te harde politieoptreden.

Een zetel
In juni 1966 behaalde Provo een zetel in de Amsterdamse gemeenteraad. Binnen de beweging gingen stemmen op die vreesden dat Provo werd ingekapseld. Op 10 maart 1967 (dag van de anarchie) werd een poot van een leeuw van het koloniale Van Heutz-monument opgeblazen. Hoewel Provo zich niet van de daders distantieerde, was het toch aanleiding voor felle discussie binnen Provo over de grenzen van actievoeren en toepassing van geweld.

Opheffen
Op 13 mei 1967 hief de beweging zich op, op een bijeenkomst in het Amsterdamse Vondelpark. Provo was tegen instituties en wilde zelf geen instituut worden. In zekere zin was het doel bereikt, de autoriteiten waren ontregeld, allerlei mensen waren aan het denken gezet. Grootveld ging een aantal maanden op Sicilië met dieren en planten praten en kwam toen terug om samen met Roel van Duijn en anderen de Kabouterbeweging op te richten. Deze beweging sloot meer aan bij de opkomst van de hippies.

Kabouters
Roel van Duijn, mede oprichter van Provo, was in 1967 aan het einde van zijn Latijn en op doktersadvies ging hij naar een biologisch-dynamische boerderij in Zeeland die hij kende uit zijn jeugd. Erg welkom was hij in eerste instantie niet. In een interview met twee scholieren van een VWO in Meppel zegt hij: "De man aan de andere kant van de lijn zei toen: "Ja, jij bent zo'n provo… We kunnen het proberen met jou, maar dan moet je wel je baard afscheren. We zijn hier christelijk en we houden eigenlijk niet zo van provo's." Hij ging toch en raakte vooral geïnteresseerd in deze manier van landbouw. "Tegelijkertijd was ik natuurlijk ook bezig met de vraag hoe het nou verder moest met de revolutie want dat liet me niet los." Toen de boer liet weten dat op zijn land geen lawaaiige machines welkom waren omdat anders de kabouters zouden worden weggejaagd, viel bij Van Duijn het kwartje. "Ik dacht: 'Verdomd, eindelijk zegt er iemand eens iets.' Nog dezelfde avond reisde hij terug naar Amsterdam en in de trein schreef hij het Kaboutermanifest met veel aandacht voor natuur en milieu.

Flowerpower
De Kabouterbeweging (ook Robert Jasper Grootveld, medeoprichter van Provo stond aan de wieg) bloeide in het begin van de jaren '70; de tijd van hippies, protesten tegen de Vietnamoorlog en flowerpower. Daar paste een ludieke actie goed bij en daarom werd op 10 februari 1970 door de Kabouters de Oranje Vrijstaat opgericht. Dit was een parodie op Nederland, met eigen departementen, een eigen Kabouterkrant en zelfs een eigen volkslied: 'De uil zat in de olmen.' Het was je reinste fake allemaal, maar dat gold niet voor de gemeenteraadsverkiezingen waar de Kabouters aan meededen. Van de 45 te verdelen zetels waren er vijf voor Roel van Duijn en consorten. De Oranje Vrijstaat heeft alles bij elkaar een jaar bestaan (zij het dat deze nooit officieel is opgeheven) en medio 1971 verscheen de laatste Kabouterkrant.

Lief verzet
Menigeen heeft later de verschillen en overeenkomsten tussen Provo en de kabouterbeweging geduid. Beide waren actiepartijen, beide waren Amsterdams en beide hadden weinig op met de heersende macht. Maar de aanpak verschilde. Waar Provo koos voor provoceren en harde actie, kozen de Kabouters voor lief verzet. Maar lief of niet, van Duijn c.s. hadden ook tegenstanders. Op 17 april 1970 werd hij ontvoerd. Van Duijn zegt daarover: "Extreem rechtse mensen zagen in ons gevaarlijke raddraaiers, die teveel maatschappijverandering wilden. Wij saboteerden in hun ogen het gezonde gezag en de goede orde. Ze vonden mij blijkbaar de ergste van allemaal, dus daarom hebben ze mij gepakt: om me te dwingen op te houden met mijn werk (…) In die tijd hadden de Kabouters een slechte verhouding met de politie. Mijn vriendin is in de nacht dat ik ontvoerd ben naar het politiebureau in de Warmoesstraat gegaan. Toen ze vertelde dat haar vriend vermist was, wellicht wel ontvoerd, zei de agent: 'Wij houden niet van kaboutergrappen, dus gaat u maar weg mevrouw!' Pas veel later bleek dat Van Duijn alle jaren waarin hij actief was, scherp in de gaten is gehouden door de politie, meer in het bijzonder door wat de Groep IJzerman wordt genoemd. In de vele rapporten wordt Van Duijn aangeduid met PD 106043. Hij heeft nooit begrepen waarom hij altijd is gevolgd: "De schade van al deze rapportages bedraagt het wegsmijten van belastinggeld, plus voor mij een lachwekkend, maar toch onherbergzaam gevoel, dat ik het grootste deel van mijn leven geschaduwd ben door kwaadwillige onbekenden, die aan een verwrongen beeldvorming werkten." En dat voor een Kabouter.

Hier was de wedstrijd 'Wie eet de meeste boerenkool?'

In elke editie van de Amsterdamse Krant publiceren we de raadplaat, waarbij we de lezers laten raden waar foto's uit de collectie van Simon Blokland, foto's die lezers hebben ingestuurd of foto's die we ergens zijn tegengekomen, zijn gemaakt. Voor een groeiend aantal trouwe lezers is het inmiddels een leuk tijdverdrijf. Soms zijn de foto's makkelijk, soms moeilijk, maar over het algemeen krijgen we veel inzendingen. Deze keer ging het om het J.J. Cremerplein. En we hebben weer de nazit, met wederom de bakfietsverhuur aan de Marco Polostraat, die heel wat los maakt.

Mike Man vond het een pittige opgave, maar komt wel met de juiste oplossing: "Vermoedelijk ben ik nog nooit op de afgebeelde plek geweest en het heeft mij dan ook de nodige, overigens plezierige, uurtjes gekost om de locatie te vinden. Het buurtbeeld en de bebouwing zijn dan de leidraad bij het zoeken en via verschillende websites surf ik dan door het mooie Amsterdam en haar geschiedenis. Om, naar mijn idee, dan uiteindelijk te belanden op het J.J. Cremerplein met zicht op de Rhijnvis Feithstraat."
"Mijn enige herinneringen aan de buurt zijn mijn oom Hendrik en tante Marie Vlaming, die in de Busken Huetstraat woonden in een donker benedenhuis links vooraan bij de Overtoom. Op diezelfde Overtoom is genoemde oom overigens in de 50-er jaren aangereden door een motorfiets en daarbij om het leven gekomen.
Op naar de volgende raadplaat!"

Geen herinneringen
De Mollen en de Koningen hebben het ook goed: "Deze foto is genomen met zicht op het J. J. Cremerplein 2-10. Op het rechts gelegen grasveld bevindt zich nu een speeltuin, de Westerspeeltuin. De bouwstijl van de huizen deed ons onmiddellijk aan de omgeving van de Overtoom denken. Er is vroeger namelijk al eens een Raadplaat geweest in de Rhijnvis Feithstraat, die er vlakbij ligt. Verder hebben we geen herinneringen aan deze buurt."

Geen herinneringen (2)
Ook Gielijn Escher heeft geen bijzondere herinneringen. "Niet moeilijk, deze keer. En dus direct herkend. Het J.J. Cremerplein, gezien vanaf de hoek Wilhelminastraat. We kijken de J.J. Cremerstraat in, richting 1e Helmersstraat. Vanaf de 'knik' in de verte: Rhijnvis Feithstraat. Overigens keken we op een raadplaat van enkele jaren geleden vanaf de andere richting (Overtoom) ook de Rhijnvis Feithstraat in. Verder geen speciale herinneringen, helaas."

Juist veel herinneringen
Willie Janse heeft het ook bij het rechte eind en hij (of is het een zij?) heeft wel herinneringen: "Als ik mij niet vergis is dit een foto van het J.J. Cremerplein, met zicht op de Wilhelminastraat. Ikzelf woonde in de Kanaalstraat en ging vaak naar de Westerspeeltuin die gelegen is in het midden van het J.J. Cremerplein. Ik zat daar op balletles en er werden vaak kinderfeesten georganiseerd."

Boerenkooleetwedstrijd
"Ook werd er een keer georganiseerd wie het meeste boerenkool kon opeten. Mijn broer deed daar aan mee. Hij sloeg bij ons de maaltijd over om daar zo veel mogelijk op te eten, wat hem niet lukte."
"Ook werden er sinterklaasfeesten gegeven en kregen wij na afloop allemaal een cadeautje wat paste bij onze leeftijd. Er was ook een drumband. Maar ik zat al bij de buboband en je kan niet alles hebben. Fijne tijd was dat."

Ik heb hier gewond
E.S.D. van Dijk kent de buurt ook als zijn broekzak: "Met het openen van de rubriek "De Amsterdamse krant " herkende ik direct de raadplaat. Het is het J.J. Cremerplein gezien vanuit de J.J. Cremerstraat met op de achtergrond de Rhijnvis Feithstraat. Zelf heb ik in de jaren 70 in de J.J. Cremerstraat hoek Derde Kostverlorenkade gewoond op de tweede etage. Het was een tweekamer woninkje waar onze twee zonen zijn geboren. Beiden waren lid van de speeltuinvereniging op het Cremerplein."

Boten
"We hebben er ondanks de krapte (woningnood heerste in Amsterdam) leuk gewoond zo'n 7 jaar. Omdat we ook deels aan de Kostverlorenkade zaten zagen we de ganse dag boten voorbij varen. Coasters en andere grote vaartuigen kwamen langs we konden zo in de stuurcabine kijken. Het gedreun van de dieselmotoren was zo hevig dat ik bang was dat de ramen uit de sponningen zouden trillen."

Te klein
"Zoals eerder vermeld was de woning voor ons vieren veel te klein. We weken uit naar Hoorn en kochten daar een drive-inwoning bestaande uit 3 woonlagen voor ons een ongekende luxe wat betreft de ruimte. Nooit zal ik vergeten dat de twee jongens op verkenning in de woning de ene naar de andere riep "Jeroen waar ben je" Maar ik heb heerlijk in het Cremerbuurtje gewoond."

Niet moeilijk
Ab Smienk houdt het kort: "Deze foto is van het J.J. Cremerplein. Was niet zo moeilijk aangezien deze plek al eens aan bod is geweest."

Speeltuin
En Lex Franken laat weten: "Volgens mij is dit plein het J.J. Cremerplein. Ik heb in mijn jeugd - tussen 1955-1959 - er vele uren in de speeltuin daar doorgebracht. Op de foto zijn de gevels met de bekende verhuisbalk nog steeds zichtbaar."

Speeltuin (2)
Ook kort is de reactie van Theo Durenkamp: "De raadplaat betreft het J.J. Cremerplein gezien naar de kruising met de Rhijnvis Feithstraat. Rechts de speeltuin, thans veel rijker in het groen, maar de gevelwanden zijn nagenoeg onveranderd gebleven", net als die van René Polanus: "Ik gok deze week op het J.J. Cremerplein, gezien als je vanuit de Eerste Helmersstraat (vanaf het Staringplein) komt. Ik zou de foto's graag een stuk groter willen zien; het zou ook iets in Oost kunnen zijn."

Nog korter
Maar wat betreft kort spannen Nico Bernard en Jaap Bijl de kroon met "J.J.Cremerplein richting Wilhelminastraat in Oud-West" (van Nico) en "Het lijkt mij het Cremerplein, maar kan natuurlijk ook helemaal fout zijn."

Niet goed
Ook kwamen er drie inzendingen binnen van Amsterdammers die mikten op een andere plein (we hebben er ook nogal wat). Hans Goedhart meldt: "Volgens mij is dit het Afrikanerplein", Olaf Hoorn schrijft: "Volgens mij is de nieuwe raadplaat van de editie 31 maart 2017 het Krugerplein in Amsterdam Oost. Het blijft elke keer wel weer leuk om uit te kijken naar de nieuwe editie (als ex-Amsterdammer)" en Gerard Jansen laat weten: "De raadplaat van 1 april j.l. is volgens mij het Hendrick de Keyzerplein in Oud-Zuid. Rechts is een klein gedeelte te zien van de speeltuin die hier (was?) of is.In de verte is het laatste gedeelte van de Pieter Aertsstraat te zien,aan de rechterzijde zijn de woningen van de Tolstraat."

Nazit
En dan komen we bij de nazit, waarbij wordt gereageerd op reacties en dat vinden we altijd leuk. Allereerst is er Marino van der Klei di wil reageren op het artikel van de nazit van de bakfietsverhuur wat is geschreven door Els Polblet, die volgens hem niet de waarheid schrijft. "Deze mevrouw heeft nooit in de Vespuccistraat 46 gewoond. Ik heb daar gewoond dus de familie van der Klei heeft daar gewoond en niet deze mevrouw. Waar zij deze informatie vandaan heeft gehaald is mij een raadsel. De familie van der Klei heeft daar gewoond vanaf de nieuwbouw tot 1972. Inderdaad grensde onze tuin aan de loods van de familie Fritshy en was er totaal geen contact met deze familie, want men zag er nooit iemand."

Niet groezelig
Ook Jaap Bijl klimt in de pen want hij wil wat rechtzetten: "De bakfietsenverhuurderij van de fam. Fritschy was gevestigd op nr. 7 in de John Franklinstraat. Ik woonde tot 1961 op nummer 11. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog."
"De fam. Fritschy was geen groezelige familie. De mevrouw was tante Cor. Ze was getrouwd met ome Jan. Zijn broer Dirk werkte en woonde daar ook. Overdag stonden de bakfietsen op straat maar werden 's avonds naar binnen gehaald. De karrenloods werd later uitgebreid met de 'tuin' van nummer 9. Wij keken vanaf onze waranda daarop."

Met de zaak gestopt
"De uitbreiding grensde aan de tuin van de fam v.d. Klei in de Vespuccistraat. De fam. Fritschy is rond 1963 met de zaak gestopt en is op een eerste etage in de Vespuccistraat gaan wonen. Schuin boven de kapperszaak van de fa. Snip of Smit. In de Jan Evertsenstraat (waarom nu plotseling Jan Eef?) had je op de hoek de sigarenzaak annex postagentschap van de fam. Rust. Er was ook nog een groetenzaak van de fam. Windig, een kruidenier van v. Wijnbergen en een DA-drogistery, waarvan de zoon in Indonesië is gesneuveld. Op de hoek van de Vespuccistraat was nog een kruidenier, de fa. van Amerongen t/o. bakkerij Stolk."

Lees verder op volgende pagina

Nieuwe raadplaat

Je kunt dit met gemak een riante straat noemen, of een laan zelfs. Met mooie bomen en statige gebouwen. Momenteel ziet deze straat er bepaald anders uit. Hoe? Dat horen we graag van u, want dit is de nieuwe raadplaat.
Uw inzending zien we graag tegemoet op
info@amsterdamsekrant.nl.

'Moeder van de Nieuwmarkt' overleden

door Frans Duivis

Op 17 april jongstleden overleed in Amsterdam Truus Tofani-Been. Ze werd 26 juli 1930 geboren als Trijn Been, in een gezin met nog tien broertjes en zusjes. Haar moeder Griet had een eigen kruidenierswinkeltje in de Bethaniënstraat 24 en haar vader beheerde een kolenloods.

IJsmaken
Truusje speelde vaak buiten en was gecharmeerd van de donkerharige Lio Tofani, die zijn vader Michele wel eens hielp in de ijssalon. Na de heropening van de ijssalon in 1946 kreeg het stel 'scharrel' aan elkaar en zeven jaar later trouwde Nederlandse Truus met Italiaanse Lio. Lio had het ijsmaken in zijn vingers, hetgeen de naam van IJssalon Tofani grote bekendheid gaf.

IJssalon
In 1968 namen Lio en diens neef Silvano de zaak over. Truus sprong in drukke tijden wel bij in de ijssalon, maar trad pas meer op de voorgrond toen Lio het wegens hartproblemen rustiger aan moest doen. Zij groeide min of meer uit tot het gezicht van IJssalon Tofani en kreeg door haar betrokkenheid met de buurt de bijnaam 'moeder van de Nieuwmarkt'.

Bekende Nederlanders
Veel Bekende Nederlanders waren in IJssalon Tofani vaste klant, onder wie de culinaire specialist Johannes van Dam (1946-2013), schrijver Geert Mak en cabaretier Alexander Pola (1914-1992).
Deze verzameling mensen in combinatie met de soms kleurrijke buurtbewoners gaven IJssalon Tofani haar speciale karakter.

Paolo
Op 29 september 1990 trokken Lio en Truus zich terug uit de zaak en werden Paolo, de zoon van Lio en Truus, en zijn neef Marco de nieuwe eigenaren van IJssalon Tofani. Het afscheid op die zaterdag ging uiteraard niet zonder feestelijkheden voorbij: IJssalon Tofani was afgeladen met buurtbewoners, vaste klanten, journalisten en andere belangstellenden. Er waren bloemen genoeg om een eigen 'Negozio di fiori Tofani' te beginnen, daarnaast tal van geschenken, een fotoboek, de erepenning van de stad Amsterdam en het door Alexander Pola (door de Tofani's liefdevol Brammetje genoemd) gemaakte afscheidslied:

Al blijven koffie, ijsjes en croissanten,

de buurt verliest zijn altijd bijdehante,

vertrouwde ouwe trouwe lievelingstante,

want meer dan klanten zijn wij bloedverwanten.

Met haar overlijden is een karakteristieke bewoonster toegetreden tot de kleurrijke geschiedenis van de Bethaniën- en Nieuwmarktbuurt, waarvan de bewoners en bewoonsters hun 'tante' Truus niet zullen vergeten.

Vervolg van vorige pagina: Nazit raadplaat
ZSGO
Lodewijk Beems heeft een beetje laat, maar desalniettemin de oplossing: "Het gaat hier om de verhuurderij van Smit in de Marco Polostraat net om de hoek van de Jan Evertsenstraat. Op de achtergrond is de overkapping van de Jan Evertsenstraat te waar Borgman(diertenwinkel) en ARRI Radio-TV-Fietsen etc zaten. Op de hoek van de Marco Polostraat en de Jan Evertsenstraat zat Café Beekman waar ik op maandagavond ging klaverjassen met leden en oud-leden van de voetbalvereniging ZSGO (Zonder Slokje Geen Overwinning)."

Bakfiets
Ook Evert Vroom reageerde op het artikel over de bakfiets: "Het aprilnummer maakte iets bij mij los. De bakfiets 1958 . Ik woonde aan de Tugelweg 39 in Amsterdam Oost. Ik was uit militaire dienst gekomen uit de luchtmacht. Of ik hout wilde ophalen in West. Ik huurde een bakfiets aan de Oosterparkstraat. Via de Sarphatistraat, langs het Amstelhotel. Op de brug over de Amstel kwam mijn broek tussen de spaken. Gevolg: een bloot rechteronderbeen tot aan mijn kruis. Terug naar huis want zo ga toch niet verder. Veel verbaasde gezichten onderweg natuurlijk. En veel gelach. Maar ik had geen andere broek mee. Uiteindelijk heb ik hout gehaald met Buurmans broek."

Pater Dury

door Piet Veenboer
Beste mensen, Ja….. pater Dury (Albert Ticheler schreef over hem-red.). Er was thuis geen mogelijkheid om huiswerk te maken. Door relaties werd ik attent gemaakt op het idee Jongensstad. Ik kon terecht in de St. Leoschool in de Cornelis Dirkszstraat van 19.00 tot 21.00 uur. In deze straat ben ik maar twee maanden geweest, want de groep werd te groot en verhuisde in zijn geheel naar de grote school naast de Liefdekerk (beide zijn gesloopt). En inderdaad… na het huiswerk kon je meerdere keuzes maken, wat betreft het lezen. Meerdere series jongensboeken waren aanwezig.
Maar Jongensstad deed meer. Bij de markthallen lagen twee boten gemeerd. De Don Bosco (een oude politieboot uit Berlijn) en Dominico (een volledig gesloten boot) en uiteraard beide voorzien van 2 dieselmotoren, waar pater Dury goed mee om kon gaan.
Wij, want met mij gingen meerdere klasgenoten mee o.a. Kees Out, Leo Heeres, Tonny Maas. Wij hebben meerdere tochten gemaakt onder andere naar IJmuiden, door de Amsterdamse grachten en naar het Amsterdamse Bos. Ook kregen wij les in etiquette.
Pater Dury woonde op de Hoofdweg nr 26 in een groot herenhuis. Eea gebeurde in de jaren 1950-1954, daarna werden wij rijp voor de arbeidersmarkt. Ik ging werken bij de Hollandse Stoomboot Maatschappij.

'Wie ben ik dat ik zo'n tekort mag beheren?'

Personalia
Wim Polak was burgemeester van 1977 tot 1983. Hij was een echte Amsterdammer, die geboren was in de Koestraat bij de Nieuwmarkt. Hij was de zoon van Philip Polak en Clara Jacobs. Nadat hij in de Tweede Wereldoorlog, waarin hij beide ouders verloor, ondergedoken had gezeten, zocht hij contact met een vriendin die hij op het onderduikadres had ontmoet, Jo van 't Kruijs, waarmee hij in 1947 trouwde. Ze kregen een zoon en een dochter.
Kort na de bevrijding werd hij journalist, eerst even bij het communistisch blad "De Waarheid" en daarna bij het dagblad "Het Vrije Volk". Daarnaast studeerde hij ook nog economie, in welk vak hij tijdens de eerste oorlogsjaren nog privéles had gehad, omdat hij vanwege zijn Joodse afkomst niet tot de Universiteit werd toegelaten.
Wim Polak was eerst raadslid (1962), wethouder (1965), staatsecretaris (1973) en toen burgemeester (installatie 15 juni 1977).
Het burgemeesterschap was Polak niet geheel vreemd, want in zijn tijd als wethouder was hij al loco-burgemeester. Van oktober 1971 tot maart 1972 en in de zomer van 1972 had hij de functie wegens ziekte van zijn voorganger Samkalden waargenomen.

Algemene kenmerken van Polak en belangrijke gebeurtenissen tijdens ambtsperiode
Polak kwam als burgemeester in Amsterdam in een roerige tijd. Er waren net drie wethouders afgetreden (Han Lammers, Roel van Duijn en Huib Roethof). En het was de tijd van grote krakersacties. Het bekendste krakersbolwerk was de Grote Keyser, van waaruit de krakerszender 'de Vrije Keijzer' uitzond.
Polak had wel sympathie voor krakers en probeerde geweld en grootschalig politieoptreden te voorkomen. Maar de krakers zagen daarin een teken van zwakte en gingen over tot meer acties, die ook steeds feller werden. Bij een volgende actie in de Vondelstraat werd er op last van het Openbaar Ministerie door de ME ontruimd buiten het gemeentebestuur om. Na een herkraak besloot Polak toch tot ingrijpen, waarbij hij van het Kabinet zo nodig steun van het leger kon krijgen. Polak zou waken over de openbare orde tijdens de acties rond de Grote Wetering in 1980, de Prins Hendrikkade, de Weteringschans en de 'Lucky Luyck' in de Jan Luijkenstraat. Bij de laatste actie werd het besluit om te ontruimen genomen zonder medeweten van alle collegeleden. De burgemeester was bevreesd dat de wethouders van CPN-huize wel eens zouden kunnen 'lekken' naar hun achterban.

Op 3 maart 1980 werd ingegrepen tegen de barricades bij het pand op de hoek van de Vondelstraat en de Eerste Constantijn Huijgensstraat. Polak kreeg daarbij vanuit eigen kring, het gewestelijk bestuur van de PvdA, zware kritiek.
Zelf heeft hij aangegeven dat de machteloosheid wegens het ontbreken van voldoende materieel tijdens de barricades in de Vondelstraat voor hem het moeilijkste moment uit zijn burgemeesterstijd is geweest.
Op 30 april 1980 vindt de inhuldiging van prinses Beatrix tot koningin plaats. Ook toen waren er rellen. De actievoerders gingen de straat op met de leuze "Geen woning, geen kroning" en wierpen rookbommen. Polak probeerde zoveel mogelijk hard ingrijpen te voorkomen en te overleggen. Pas als het niet anders kon mocht de ME optreden. Zo werd de 'slag om de Blauwbrug' min of meer 'verloren'.
Maar er waren ook hoogtepunten zoals de intocht van de Canadese oud-strijders op 5 mei 1980 en in hetzelfde jaar Sail.
Om de verstoorde betrekkingen met de Japanners te herstellen ging Polak naar Japan. Dat zat zo: Okura had in de Ferdinand Bolstraat in 1971 een hotel geopend naast de plek waar de opera zou komen en waar de metro voor de deur zou stoppen. Door de keus voor de bouw van het Stadhuis/Muziektheater op het Waterlooplein was dit een streep door de rekening. Mede door een verlaging van de erfpacht werd het vertrouwen hersteld. En het heeft even geduurd, maar binnenkort zal de metro toch echt redelijk vlakbij komen.

Polak had overigens zelf het idee van architect Holzbauer omarmd om de plannen voor een opera en een nieuw stadhuis te combineren. Het was de tijd van de energiecrisis en door de twee functies te combineren zouden een aantal voorzieningen en ruimtes gezamenlijk gebruikt kunnen worden, waardoor energie bespaard kon worden. En zo kon hij als burgemeester een plan uitvoeren waarvoor hijzelf, maar toen nog als wethouder, tijdens de onderhandelingen met het rijk over de sanering van de financiële tekorten, een deal had weten te sluiten.

Wetenswaardigheden
Polak heeft het burgemeesterschap omschreven als een combinatie van tien functies:voorzitter en adviseur van de gemeenteraadvoorzitter en lid van het College van B. en W.representant van de gemeente bij belangrijke gebeurtenissenwoordvoerder van de gemeente tegenover de Rijksoverheid, de provincie, het bedrijfsleven de universiteiten en talloze andere instantiesintern coördinator en stimulator van het gemeentelijk apparaateen vertrouwensfiguur voor de leden van het College van B. en W., raadsleden, hogere ambtenaren, bedrijfsleven enzde beheerder van zijn eigen portefeuillesde vertegenwoordiger van de gemeente in allerlei niet-gemeentelijke organen'Burgervader' met een ombudsfunctie voor burgers die op hem hun laatste hoop vestigennamens het rijk toezichthouder op besluiten van gemeenteraad en B. en W. Toch noemde hij het burgemeesterschap 'het meest overschatte beroep van Nederland'.
In zijn tijd als wethouder deed Polak eens een uitspraak die hem goed typeert. Tegen een directeur die een vraag pareerde met "zo hebben we het altijd gedaan" zei hij: "Ik ben geen wethouder geworden om het net zo te doen als vroeger, maar ik wil het graag beter doen".

Als wethouder had hij te maken met begrotingstekorten (van hem is de uitspraak "Wie ben ik dat ik zo'n tekort mag beheren?), bij zijn terugkeer als burgemeester was er een sluitende begroting 1977, mede dankzij zijn onderhandelingen met het rijk over de sanering van de gemeentefinanciën.

Polak had een apart gevoel voor understatement blijkens een brief die hij op 13 september 1978 aan de Gemeentesecretaris en de chefs op de Gemeentesecretarie schreef (uit zijn biografie door Menno Polak en Gerrit van Herwijnen):

Zeer geachte dames en heren,
Vandaag werden mij vijfmaal tekenboeken voorgelegd, die "met zeer grote spoed", "met heel veel spoed", "heden" of "onmiddellijk" moesten worden afgedaan, omdat er anders iets ergs met de stad zou gebeuren.
Ik moge U verzoeken om - tenzij U ernaar streeft de burgemeester zo vroeg mogelijk met vervroegd pensioen te laten gaan - het werk zó in te delen, dat dergelijke moemakende akties zoveel mogelijk worden voorkomen."

Polak was onder ambtenaren erg geliefd, ook al was hij dan niet altijd even makkelijk voor ze. Als ex-journalist was hij bijvoorbeeld erg scherp op goede teksten. En in een tijd zonder tekstverwerkers kon dat best lastig zijn.
Niet alleen was hij zelf geliefd, ook zijn vrouw Jo was een graag geziene gast. Tot ver na het overlijden van haar man zat ze jaarlijks in het Stadhuis een dag kinderpostzegels te verkopen. In datzelfde Stadhuis hangt in de hal een gestileerd portret van Wim Polak (zie foto).
Er is in Amsterdam nog geen straat of brug naar Wim Polak vernoemd. We kennen tegenover de ingang van Artis wel de Henri Polaklaan - vernoemd naar een beroemde vakbondsman - maar het wordt tijd dat Wim Polak ook op deze manier wordt geëerd.

Ambtswoning
Polak woonde bijna zijn hele leven in Amsterdam. Tijdens zijn burgemeesterschap woonde hij in de ambtswoning. In tegenstelling tot vele andere burgemeesters trok hij er zo in, dus zonder een grondige verbouwing. Pas daarna verhuisde hij naar Ilpendam, vanwaar hij vanuit zijn huis nog altijd de skyline van Amsterdam kon zien.

Andere bestuurders, aftreden en opvolger
In het jaar na het aantreden van Polak waren er gemeenteraadsverkiezingen en hing de stad vol posters met de tekst "Jan komt". En dat sloeg op Jan Schaefer, die na de succesvol verlopen verkiezingen wethouder voor Volkshuisvesting en Stadsvernieuwing werd. Dat zou hij tot 1968 blijven. Schaefer was toen al lid van de Tweede Kamer en staatssecretaris geweest. Hij was in meerdere opzichten vernieuwend; hij droeg geen kostuums maar spijkerpakken, hij hield vergaderingen zo kort mogelijk ("in geouwehoer kun je niet wonen"), hij schoffelde de bestaande ambtelijke verhoudingen door elkaar door veel macht te geven aan de projectgroepen stadsvernieuwing. Hij gaf een sterke impuls aan de woningbouw en de vernieuwing van de stad en hij nam niet - zoals gebruikelijk - een politieke assistent uit zijn eigen partij, maar het oud-raadslid Frans van der Ven van de Politieke Partij Radicalen (PPR). Toen de laatste vertrok om te gaan afstuderen, werd hij vervangen door Eberhard van der Laan, de latere burgemeester!

Polak besloot na zijn eerste ambtstermijn van 6 jaar niet door te gaan. Hij zei hierover: "Nog mooier dan burgemeester van Amsterdam is oud-burgemeester van Amsterdam". En hij had nog genoeg te doen. Hij bleef schrijven en werd lid van de Raad van State.
Polak werd opgevolgd door Ed Van Thijn, die als fractievoorzitter van de PvdA in Amsterdam ook geen onbekende was.

De burgemeesters van Amsterdam (9): Wim Polak

Adrie de Koning en Jos en Frits Mol zijn de auteurs van de rubriek 'Burgemeesters van Amsterdam'. Wij hebben hen de afgelopen jaren leren kennen als grote kenners van de geschiedenis van Amsterdam, hetgeen zich heeft geuit in de series 'Dit komt nooit meer terug' (over allerlei zaken die vroeger zo normaal waren in het Amsterdamse straatbeeld, maar inmiddels van het toneel zijn verdwenen), daarna 'Verdwenen kinderspelen' en vervolgens 'Amsterdamse hofjes'.
In 'Burgemeesters van Amsterdam' worden niet alle Amsterdamse burgervaders uit de loop der eeuwen behandeld, maar alleen de burgemeesters uit de vorige en deze eeuw, want daar zullen Amsterdammers en oud-Amsterdammers herinneringen aan hebben. En misschien weten lezers iets over hen te vertellen. In totaal gaat het om twaalf burgemeesters die in de collage op deze pagina zijn verwerkt. Het zijn de vooroorlogse burgemeesters Tellegen en De Vlugt, de tijdens de oorlog aangestelde Voûte en de naoorlogse De Boer, D'Ailly, Van Hall, Samkalden, Polak, Van Thijn, Patijn, Cohen en Van der Laan.

6 / 6

'Bij Mertens & Straet kreeg ik als jongste bediende 75 gulden in de maand'

Scharrelen op het Waterlooplein.

Albert Ticheler schreef de afgelopen edities over zijn jeugd in de Jordaan en bij de paters en daarna schakelde hij door naar de pijp, waar hij eveneens woonde. Hij sluit de feuilleton af met zijn verdere verloop van zijn leven in de Pijp.

door Albert Ticheler
Dit is mijn laatste verhaal en dat heet de Pijp. Dat wil niet zeggen dat het alleen maar over de Pijp gaat het gaat over mijn laatste jaar in Amsterdam. Zoals ik al eerder schreef mocht ik van mijn vader niet verder leren en moest ik gaan werken. Ik was daarover nogal kwaad en ging naar het arbeidsbureau. Het maakte mij niet uit waar of wat ik zou gaan doen . Ik zei daar, dat ik mijn geld toch helemaal aan mijn vader moest afstaan.

Mertens & Straet
Zo kwam ik terecht bij de firma Mertens & Straet aan de Plantage Muidergracht 151. Dit was een importeur van auto onderdelen. Zij importeerden van Bendix- Westinghouse remsystemen en Gabriel schokbrekers en zuigerveren van een fabrikaat waar ik de naam niet meer van weet. Ik werd aangenomen als jongste bediende en kreeg 75 gulden in de maand. Dit bedrijf bestond uit een magazijn en een kantoor. het magazijn was gevuld met zogenaamde zuigerveren en schokbrekers en soms een partij onderdelen voor remsystemen.Mijn taak was onder andere om deze onderdelen in Amerika te bestellen .Dit moest allemaal via het telegraafkantoor gaan .Dat wil zeggen ik moest de bestellingen ,die veelal helemaal uit nummers cijfertjes bestonden, telefonisch doorgeven aan het telegraafkantoor, waar dan de dames er een telegram van maakten dat naar Amerika gezonden werd. Ik werd zeer handig in het spellen van namen . Na ongeveer 6 weken kwamen dan de bestellingen weer bij ons binnen. De zuigerveren waren erg belangrijk. Vlak na de oorlog waren er alleen maar Amerikaanse auto's in gebruik in Nederland.

Mertens & Straet.

Cilinders sleten snel
Bij deze auto's sleten de cilinders vrij snel uit, want het metaal was nogal zacht .Dat betekent dat de zuiger ruim in de cilinder komt te staan. Daartoe zaten er in de zuiger groeven waarin zuigerveren in geplaatst worden .Naarmate de cilinder uit sleet kon je met dikkere zuigerveren de zuiger weer passend maken voor de cilinder. Elk merk auto en model had zijn eigen cilinders en aan de hand van de mate van slijtage werd dan een goed passende zuigerveerpakket gekozen.

Schokbrekers
Schokbrekers waren ook een gewild artikel, die werden in grote aantallen verkocht.
Iets waar vrachtwagenbouwers erg in geïnteresseerd waren, zijn de Bendix Westinghouse remsystemen. Je had ze in luchtdruk- en vacuümuitvoering. Tijdens de RAI moest ik er de hele dag demonstraties mee geven in een proefopstelling. Wat heel erg was waren de bestellingen voor de overheid. De ambtenaren daar hadden geen idee wat voor een papierverspilling zij veroorzaakten.
Als een remsysteem aan hen geleverd werd moesten op de pakbon alle onderdelen inclusief alle knietjes , verloopstukken etc per stuk opgevoerd worden.. Met alle maten erbij zoals ? bi-? bu.

Nog daar aan toe
Dit was nog daar aan toe. De pakbonnen moesten in dertienvoud gestuurd worden naar de Rijks Automobiel Centrale in de 1st van de Kunstraat in Den Haag. En een week later moest ik dan de factuur ook in 13 voud zenden naar hetzelfde adres. Op mijn typemachine kon ik met carbonpapier maar 4 doorslagen maken. Dit was elke keer een heidense klus.
Toch gebeurde er wel verbazingwekkende dingen. Tenminste als ik er achteraf over nadenk. Onze magazijnmeester was van huis een autotechnicus en gaf daarom ook advies aan de klanten. Er was een probleem met een melktankwagen met aanhanger, waarbij de combinatie ondanks goede montage niet goed zou werken. De chef zei de klant dat de chauffeur maar langs moest komen met 3 kwart gevulde tanks.

Instructie
Toen de chauffeur kwam kreeg hij de instructie om een blokje om te rijden en met ca 50 km per uur over de Plantage Muidergracht te rijden. Nu lag er voor ons pand een soort laadperron dat in de gracht uitmondde. Dit werd in de winter gebruikt door platboom boten die kolen aanvoerden. Vrachtwagens konden daar dan de kolen in laden. De chef trok op de straat een dikke krijtstreep en zei tegen de chauffeur dat hij, wanneer hij de hoek omreed, pas moest remmen wanneer hij over de krijtstreep reed. Hij moest dan gewoon het laadperron richting het water sturen.
De man sputterde tegen, maar toen hij door de chef toegesproken werd deed hij het. De chef ging op de stoep liggen met een stopwatch en keek dan onder de vrachtwagen wanneer de stangen van de remcilinder aantrokken..Het ging allemaal naar verwachting en de combinatie stond stil aan het begin van het perron. Ook hield de chauffeur na de stop netjes zijn voet op het rempedaal omdat de grote klots water in de tanks nog een naschok zou kunnen geven. Of de chef gewoon een showtje heeft laten geven weet ik niet, maar het maakte op iedereen een grote indruk.

In huis genomen
Zoals ik al zei had mijn vader die intussen hertrouwd was ons weer in huis genomen. Wij woonden in de Rustenburgerstraat. Mijn vader was een aantal jaren werkeloos geweest. Hij moest aanvankelijk elke dag naar de "galerij" bij het Frederiksplein om te stempelen. Maar door zijn zwakke gezondheid werd hij er na enkele maanden van vrijgesteld. Hij woonde tussentijds ook nog in de Ferdinand Bolstraat boven een viswinkel. Vanuit de "woonkamer"kon je de paling in grote stenen bakken zien zwemmen. Hij kreeg een baan bij een groothandel in drogisterij artikelen Mainit en reed met zijn Solex helemaal tot aan den Helder om drogisterijen te bezoeken. Daarna heeft hij jarenlang voor de weduwe Westerveld haar drogisterij in de Dapperstraat gerund.

Gratis naar Artis
Als ik vrij was, dan zwierf ik meestal in de binnenstad. Hoe het kon weet ik niet meer, maar ik ging gratis Artis binnen en ik ben ook vaak in een bioscoop geweest, waar het Polygoonjournaal continu draaide. Ik kan mij niet herinneren ooit een kaartje te hebben hoeven te kopen. Er was ook een bioscoop waar een groot Hammond orgel stond, dat voor de voorstelling en in de pauze bespeeld werd.
Ook kwam ik een keer in het Olympisch Stadion waar speedway wedstrijden werden verreden. Ik dacht dat het om de Gouden Helm ging. Er zijn mij twee namen bijgebleven. Cootje Boef en Tinus of Rinus Metselaar. Ik vond het indrukwekkend en speciaal het opspuitende kolengruis en de rode zakdoeken die de renners voor hun gezicht hadden om het stof tegen te houden.

Rosse buurt
Op een dag kon ik bij een collega thuis naar zijn TV komen kijken. Hij woonde in de rosse buurt. Op 2 hoog (hoek Stoofsteeg). Er was een voetbalwedstrijd Nederland-België. Ofschoon voetballen voor mij als astmalijder niet mijn ding was werd het toch een bijzondere middag. Na de wedstrijd serveerde zijn vrouw nog thee met een koekje tot mijn collega zei "Kijk, daar zijn de eersten ".
Door het raam zagen we een aantal mannen staan met petten en hoeden op. Zij bestudeerden een papiertje, waarbij naar een deur van een huis verderop werd gewezen.Er werd nog even gepraat en toen ging 1 van de mannen daar naar binnen. 10 minuten later kwam hij weer naar buiten en ging nummer 2 naar binnen enzovoort. Ik nam mij voor zo een adres nooit te bezoeken.
Ik wilde graag in de fotografie en scharrelde daarom de spullen bij elkaar en kocht filmpjes waar ze het goedkoopste waren. Mijn adres was Addison in de Damstraat. Daar verkochten ze engelse filmpjes van een halve lengte. Ik kon dan maar 6 opnamen maken, maar toch.
Via het Waterlooplein slaagde ik er in om heel goedkoop een incomplete fiets te bemachtigen,die ik met stukjes en beetjes rijbaar kon maken.
Ik lette er goed op de fiets goed afgesloten te stallen. Immers op een dag waren in onze straat tientallen fietsen in 1 nacht gestolen. Van mensen die het weten konden hadden de dieven de fietsen die op slot stonden met een S vormige haak, die ze aan hun riem hadden zitten, onder het zadel gehaakt. Hierdoor hing het geblokkeerde achterwiel iets van de grond en konden ze de fietsen in een om de hoek gereedstaande vrachtwagen laden. Een paar dingen die mij in die tijd nog opvielen waren de 1ste Amsterdamse Soepcentrale, die zondagsmiddag door de straat reed . Je kon dan een pannetje soep kopen.
Een ander fenomeen was voor mij het grote aantal Volendamse meisjes die als dienstbode werkten in hun tradionele kleding. Bijzonder spectaculair vond ik toen zo een meisje bij een grachtenpand de ramen zag wassen. Zij gebruikte hierbij een teiltje met water waarin een deel van een frame van een fiets stond. In het achterdeel zat kennelijk een zuiger met handvat.
Wanneer zij de zuiger omhoog haalde vulde het frame zich en als zij hem naar beneden duwde spoot het water aan de voorzijde eruit en kwam zo tegen de ruiten van de eerste etage.
Al met al was het een leuk jaar vanuit de Rustenburgerstraat. Omdat ik het niet meer zag zitten jarenlang factuurtjes te tikken besloot ik te vertrekken naar Rotterdam waar bijna dag en nacht de heimachines klonken