De Oud Amsterdammer

21 januari 2014

De Oud Amsterdammer 21 januari 2014


Jan Boellaard beloofde loods voor schietbaan

Het verblijf van Freddy Heineken. Deze foto staat in het boek 'Meneer Heineken, het is voorbij' waarvan wij vijf exemplaren mogen weggeven.

Jan Boellaard, een van de ontvoerders van Freddy Heineken en zijn chauffeur Ab Doderer, beloofde in 1983 als penningmeester van Schietvereniging 38 aan de overige leden een nieuwe loods met een aantal langeafstandsbanen. Omdat Jan maar niet afkwam met de loods, tipte een van de leden de politie. Hoofdinspecteur Gert van Beek, destijds chef van het onderzoek, betitelt deze tip waarover De Oud-Amsterdammer exclusief is geïnformeerd, als 'zeer bruikbaar' maar het was niet de gouden tip.

In de vorige editie deden we een oproep voor bijdragen over de ontvoering van Freddy Heineken en Ab Doderer. Daar kwam een reactie op binnen over een tip die tot op heden de media niet heeft gehaald. De tipgever (wij laten zijn naam om begrijpelijke redenen achterwege) laat weten: "Destijds was ik lid van schietvereniging SV 38 in Amsterdam. Wij huurden van een legale wapenhandelaar een schietbaan in Amsterdam-Osdorp en Jan Boellaard was onze penningmeester. Hij vertelde ons op een gegeven moment dat hij een loods had gekocht om hier een schietbaan te gaan aanleggen voor onze vereniging, met een aantal langeafstandsbanen en zo. Wij zouden dan een eigen locatie hebben en deze ook kunnen verhuren aan andere verenigingen. Wanneer wij later vroegen hoe het ermee stond, antwoordde hij altijd wat afstandelijk."

Er werd best voor ze gezorgd
"Tijdens de ontvoering vroeg ik in het algemeen eens op de vereniging wat er met de ontvoerden zou gebeuren. Hij antwoordde toen dat er best voor ze gezorgd zou worden. Daar ik als voormalig politieagent wist dat Jan niet echt 'strafbladvrij' was, had ik mijn bedenkingen over de situatie maar ik kon niks bewijzen. Na een tijdje heb ik inderdaad anoniem een brief gestuurd naar de politie om eens een onderzoek te doen naar deze loods, omdat ik het vreemd vond dat hij een loods had gekocht en er verder niets mee deed terwijl hij ons had beloofd de schietbaan snel te realiseren." Of deze loods ook de loods is waar Heineken en Doderer op 30 november werden gevonden, is niet helder, maar hoe dan ook is deze tip wel nagetrokken. Van Beek weet niet meer wat de waarde was van deze tip, maar in elk geval is het niet tip 547.

Een kluit geld
Onze vaste medewerker Joop Bonnemaijers was als agent betrokken bij de aanhouding van Jan Boellaard en Martin Erkamp. Hij schrijft: "De eerste hebben we aangehouden op de Hoofdweg in Amsterdam, toen hij wat van de geroofde centjes (een pak honderdjes) bij zijn vriendin ging brengen voor haar dagelijkse levensbehoeften. Om de hoek, in een zijstraat van de Hoofdweg, stond zijn auto, een bruine Mercedes, met achterin een kluit geld - ik denk miljoenen - in een koffer. Als eenvoudige smeris had ik nog nooit zoveel geld bij elkaar gezien. Martin Erkamp hebben we die ochtend aangehouden in Amsterdam-Noord."

Scanner
Stan van Bronkhorst was destijds een actief scannerluisteraar en volgde de ontvoering via zijn apparatuur op de voet. "In die tijd woonden wij in de Tolstraat en het waren de hoogtijdagen van 27mc-bakkies en scanners. Rond die tijd had ik meerdere scanners en die stonden vaak aan. Zo ook die avond. Er was een melding dat er wat loos zou zijn op het Weteringplantsoen. Een persoon zou in een auto zijn geduwd, mogelijk met nog een persoon. De auto's en het hoofdbureau gingen op relais, dwz. dat zowel hoofdbureau als politieauto's op één kanaal te volgen was. Later werd het zo druk met dit verkeer dat naar een ander kanaal werd overgeschakeld. Dat was vrij gebruikelijk bij calamiteiten. Helemaal precies weet ik het niet meer, maar beetje bij beetje kwam vanuit het nogal chaotische radioverkeer het bericht dat het om de ontvoering van een bekend persoon zou gaan en nog iemand. Zij zouden verdwenen zijn in een oranje bestelbus en ook zou een taxichauffeur beschoten zijn. De volgende dag stond het natuurlijk in alle kranten."

De loods met achterin, achter het hout, de verblijfplaatsen van Freddy Heineken en Ab Doderer.

Weggeefactie: Meneer Heineken, het is voorbij
Gert van Beek schreef over de ontvoering het boek 'Meneer Heineken, het is voorbij', dat in oktober vorig jaar verscheen. Deze woorden gebruikte hij toen na lang speuren de schuilplaats van Heineken werd ontdekt. Van Beek beschrijft vanuit het perspectief van de politie de drie weken van het onderzoek. Het boek (ISBN: 9789026327155) kost € 18,95 euro. De Oud-Amsterdammer mag van uitgeverij Ambos/Anthos vijf boeken weggeven en dat doen we natuurlijk graag. Het liefst sturen we de boeken naar lezers die nog steeds een leuke bijdrage hebben over de ontvoering van Heineken. Dus kom maar op!

Gouden tip was van 'Een goede vaderlander'

Ongeveer 1200 tips zijn er bij de politie binnengekomen over de ontvoering van Freddy Heineken en zijn chauffeur Ab Doderer. Vanaf de datum dat het allemaal begon - 9 november 1983 - tot en met de bevrijding kwamen er veelal anonieme tips binnen. Volgens onderzoeksleider Gert van Beek zou het net rond de daders uiteindelijk toch wel sluiten, maar de gouden tip met nummer 547 heeft volgens hem de oplossing bespoedigd.
Dit is trouwens opvallend, want deze tip - afkomstig van 'Een goede vaderlander' - zette de politie eerst op het verkeerde spoor. Cor van Hout, Frans Meijer, Jan Boellaard en een vierde persoon (ene Griffioen of Grifhorst) zouden volgens de tip lange tijd niet meer samen zijn gezien en de tipgever vond dat verdacht. Hij wees in dit kader op timmerfabriek Jadu op bedrijventerrein De Heining, op nummer 25. Dat was een verkeerd adres (het was nummer 49) met als gevolg dat bij een onderzoek in de loods op nummer 25 niets werd gevonden. Toch was dit volgens de politie de gouden tip.

Orkaan

Eind januari 1990 raasde er een orkaan over Amsterdam. De wind had kracht 12 en er waren windstoten van 165 km/uur en zelfs meer. Bomen knapten als lucifershoutjes, het verkeer was een chaos, theater Carré verloor een deel van het dak waardoor de musical Sweet Charity afgezegd werd, abri's werden stuk geblazen en het vliegverkeer op Schiphol werd stilgelegd.
Het lijkt ons dat veel Amsterdammers hier nog veel over weten, temeer daar dit nog niet zo heel lang geleden (24 jaar) was. En dus roepen we u weer op om met mooie bijdragen te komen.

Spaarbank en Postkantoor

Een spaarbankboekje, in dit geval van de Rijkspostspaarbank.

door Fons Kuiper

'Hier knul, een dubbeltje voor je spaarpot. Waar is die eigenlijk?' Ik holde naar mijn kamertje en pakte het groene busje. Rechthoekig met afgeronde hoeken. Met een hengseltje bovenop. En daaronder dé gleuf. Hij rammelde ook als ie leeg was. Dat maakte het lastig om te bepalen of ik ermee naar de Ceintuurbaan kon, naar het kantoor van de Spaarbank voor de Stad Amsterdam. Het was altijd een gok wat er in zat. Was het erg weinig, dan kreeg je een boze blik van de man achter het loket. Moesten ze zoveel moeite doen voor een paar rotcenten? Want het was best een arbeidsintensief proces. Het bodemplaatje moest worden verwijderd, de muntjes geteld. Je hoorde het bedrag. Je kreeg je busje weer mee. Maar je kon nog niet naar huis. Eerst moest de kassier de transactie boekhoudkundig verwerken. Dat gebeurde aan het meest rechtse loket. Hij schreef het eerdergenoemde bedrag bij in je spaarboekje. 'Tot de volgende keer'. Uit en thuis was je al gauw een uurtje kwijt. Geld overmaken gaat tegenwoordig een stuk sneller. Toch mis ik soms mijn spaarpot. En het boekje dat je kon pakken om te kijken hoe dicht je al bij een echt horloge was.

Postkantoor
'Grote mensen' deden óók aan sparen. Die gingen naar het postkantoor. Bij ons was dat het kantoor in de Gerard Terborgstraat. Mijn vader of moeder gingen daar naartoe met een spaarboekje. Waarin stortingen en opnames in een onveranderlijk sierlijk handschrift werden genoteerd. Handtekening erbij, een knal met een stempel en 'je toekomst' was weer een stukje zekerder geworden. Of je had nu het doel bereikt waar je voor spaarde. Hoe dan ook, een bezoek aan het postkantoor werd altijd omgeven met een warm gevoel. Tenminste, wat het sparen betreft.

Bastion van zekerheden
Een echt postkantoor was een bastion van zekerheden. Maar je moest er wel voor in de juiste rij staan. Wilde je een pakje ophalen en meteen wat postzegels kopen, dan moest je toch echt twee keer in de rij staan. Het bordje boven het loket gaf duidelijk aan welke handelingen de dienstdoende ambtenaar gerechtigd was te verrichten. Soms hielp het als je klaar was bij loket A om de bediende te vragen of je nou écht in de andere rij moest gaan staan voor twee postzegels. Hij (er was zelden sprake van een zij) taxeerde je dan op zijn persoonlijke 'Schaal van Zieligheid' en besliste of hij bij een naastzittende collega twee postzegels pakte of niet. Je moest je hand niet overspelen door óók nog eens te durven vragen of hij een interlokaal telefoongesprek voor je wilde aanvragen. Dat moest écht gebeuren bij het juiste loket.

De gespaarde bedragen werden met de hand bijgeschreven en voorzien van een stempel.

Loodje gelegd
De postkantoren hebben het loodje gelegd. Opgeslokt door banken of gereduceerd tot een apart hoekje bij de sigarenboer. Betaalkaarten? Handtekeningcontrole? Fysieke stortingen en opnames? Een mooie spaarpot bij het openen van een spaarrekening? Allemaal verdwenen. Ja, ik weet het, het gaat nu allemaal sneller. En voor degenen die met de moderne techniek kunnen omgaan is het ook een stuk handiger. Maar dat loopje naar het postkantoor, naar dat indrukwekkende gebouw met die bruine en donkergele tegels, met het vele hout en het sierlijke hekwerk van de loketten, het 'de volgende...', het had wel wat. Meer in ieder geval dan de wijze waarop mijn bank mij tegemoet treedt.

Spreken
Met een keuzemenu waarin ik zelden de categorie herken waar ik voor bel. Dus wacht ik maar op 'de nul als u een medewerker wilt spreken'. Tenminste, als niet 'al onze medewerkers' bezet zijn. Ook dat was een voordeel van het postkantoor: je kon nog zien hoeveel mensen er vóór je waren. 'Er zijn nog vier wachtenden vóór u'. Ja, dat zie ik óók wel. Vroeger, nu niet meer...

Theodorus Fredericus de Boer

Aanhoudingen na het schietincident. Dit is beeld van een filmpje dat op 4 mei 2013 is uitgezonden in een documentaire over de schietpartij op de Dam.

door Els Simis

U deed onlangs een oproep voor inlichtingen over bepaalde slachtoffers van de schietpartij op de Dam. De naam Theodorus Fredericus de Boer kwam hierop voor. Deze meneer was een buurman van mijn schoonouders. Zij woonden in de Borneostraat 38 en de weduwe mevrouw De Boer woonde daar ook. Volgens verhalen van mijn schoonouders was de heer De Boer omgekomen op de Dam. Mijn schoonouders zijn al lang dood en dat geldt ook voor mevrouw De Boer, want die was veel ouder dan mijn schoonouders. Ik weet dat ze in ieder geval een zoon had. Deze zoon was sportleraar op een school in Beverwijk. Hij heette volgens mij ook Theo. Hopelijk kunt u hier verder mee.

Oproep voor J. Straatmeijer
De Stichting Memorial 7 mei 1945 is inmiddels in contact gekomen met de kleinzoon van de heer Straatmijer (zie de oproep op pagina 3 in de vorige editie). De stichting wil echter graag in contact komen met J. Straatmeijer die in De Oud-Amsterdammer van 1 oktober (pagina 7, 5de kolom) reageerde. Die was immers als 10-jarige jongen ook op de Dam.

Gezocht: familie van Sophia Frederika Mathilda de Vries.

De Stichting Memorial 7 mei 1945 is op zoek naar familie/bekenden van Sophia Frederika Mathilda de Vries. Alle informatie is welkom via dam07051945@gmail.com.
Sophia de Vries was de oudste van 7 kinderen van Jan de Vries (1873-1959, petroleumventer) en Johanna Vermeij (1870-1955). Sophia werd geboren op 21 november 1892 en trouwde op 26 september 1912 met Leonardus Vermeulen (1890-1957, houder van een strijkinrichting). Sophia werkte als strijkster bij haar man en als artieste.
Zij kregen twee kinderen: Leonardus Vermeulen (geboren in 1913) en Sophia Johanna (1920) Vermeulen. Sophia overleed op 9 mei 1945 om 23.15 aan schotwonden. In de verklaring van overlijden werd als doodsoorzaak schotwonden aangegeven. Onze vraag is: overleed zij aan de verwondingen van 7 mei op de Dam of als gevolg van andere schotwonden?
Alle informatie is welkom via dam07051945@gmail.com.

Machtig Mooi Mokum: Ik heb je lief mijn Maple Leaf

'Doe ons een lol, weg met die drol', en 'Wij poepen toch ook niet op de stoep'. Dat zijn twee van de slogans die kinderen uit Betondorp hebben bedacht om de overlast van hondenpoep op straat tegen te gaan. Danny de Munk zong het al: Want Amsterdam is poep op de stoep. Maar Mokumers zijn gek op hun viervoetige kameraadjes. Luisteren met betraande ogen en snotterende neus naar het dramatische liedje Het Hondje Van Dirkie van Wim Sonneveld. Maar vervloeken die krengen als ze met een lucifershoutje de drek uit het profiel van hun schoenen zitten te prutten. Dankzij bruine zakjes kun je als dierenvriend in dit jaargetij je handen warmen aan een stevige bout. In het geval Hekkie aan de spuitpoep is, doen een bezem en een emmer water wonderen.

Maar hoe zit het dan met kauwgum? Elke straat in de binnenstad heeft tegenwoordig een uitgekauwd tapijtje. In deze tijd van het jaar is de directe overlast niet zo groot, maar zodra het warm wordt blijft het met van die draden aan je schoenen kleven. Dus weer met lucifers in de weer. De Joodse gebroeders Markus hebben bij de oprichting van hun bedrijfje Maple Leaf (1948) nooit kunnen bevroeden dat zij hun geliefde Mokum met kauwgum zouden bestraten. Toen ik op de lagere school zat hadden wij geen geld om kauwgum te kopen. Het was bovendien gevaarlijk, want als je het per ongeluk door zou slikken konden je darmen aan elkaar gaan kleven. Dus zochten wij op straat naar uitkauwgummies. Als je mazzel had vond je er een die niet platgereden was en nog een beetje pepermuntsmaak had. Ik heb het zelfs wel van een fietsband afgekrabd. Als het hard was moest je flink kauwen en dan knarste het tussen je tanden. Thuisgekomen plakte je het onder de onderste tree van de trap, voor de volgende dagen.

Als je vandaag de dag het Centraal Station uitkomt zie je de rijkdom op straat geplakt waar je als kind zo naar kon verlangen. Nu pulkt geen mens het meer van de straat en wie het misschien zou willen is al jaren aan een kunstgebit.

Verdwenen kinderspelen

door Jos Mol

De spoorventer

Ik zie in gedachten nog op het Centraal Station in Amsterdam spoorventers rondlopen bij de treinen. Dat waren mensen die er piekfijn uitzagen en de passagiers van de treinen op het station eten en drinken, tegen betaling, aanboden. Het was een goede business.
Er liepen altijd een paar spoorventers bij de treinen rond, klandizie zoekend voor hun waren. Ze verkochten aan de treinreizigers op de perrons voornamelijk etenswaren. Dat liep uiteen van broodjes met beleg, koek en snoep, frisdranken tot koffie en thee en wat dies meer zij. Er was natuurlijk ook een winkeltje op het perron waar de voorraad kon worden bijgevuld en waar 's avonds kon worden afgerekend met de 'Boss'.
Op de stations is een klok aanwezig die precies aangeeft hoe laat een trein vertrekt, bijvoorbeeld om exact 15 uur 45 minuten. Er waren gewiekste jongens die om 15 uur 44, dus een minuut voor afreis, een hele lading etenswaren bestelden. De venter was dan zo druk met het overhandigen van de bestellingen dat de trein zich in beweging zette en hij naar zijn geld kon fluiten! Door schade en schande wijs geworden rekende de venter éérst de bestelling af en leverde vervolgens de waren bij de passagier.

Eerder verschenen in deze rubriek in respectievelijke volgorde: de blauwe girobus, de brievenbus aan de tram, kruidenier P. de Gruyter, de vuilnisemmer met nummer, de verkeersagent, de telefooncel, de Afghaanse jas, de tv-antenne, de voddenman, dubbele remmen op de tram, de open tramwagen, rieten vloerbedekking, de ratelman, de schillenboer, bakkerskar en drollenprikker (deze in een aflevering), matten kloppen, de ponskaart, de postzegelautomaat, 'vleesch voor honden en katten', de brandmelder, de scharensliep, de spaarzegel, het licht- en gasmuntje, warmtekrulspelden, drankje Trio en aardappelschilcentrifuge (de laatste drie in een aflevering), de knijpkat, de looien draaier, ijsstaven, het badhuis met badmeester, losse melk en de kattenbakcentrale, pruimtabak, de triotrack, de letterzetter, de bruggentrekker, de klaarover en knipperbol, de marskramer, de dienstbode, de rekenliniaal en passerdoos (in één aflevering), de kruier, de filmrol, de pompbediende, de straatveger, de parlevinker, de tonnenmaker, de telex/telefax en de koetsier.

De ratten lopen over mijn voeten

Overal waar het in Amsterdamse huizen stonk, lekte, kraakte en ritselde, daar kwam Henk Plenter, inspecteur Hygiënisch Woningtoezicht van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD). In drieënveertig jaar tijd ruimde hij meer dan zestienhonderd ernstig vervuilde woningen op en kwam daarbij meer tegen dan je voor mogelijk houdt.
Over zijn ervaringen schreef hij, samen met journaliste Annemiek van Kessel, het boek Let niet op de rommel. In De Oud-Amsterdammer publiceren we passages uit zijn boek.

De politie is onderweg naar de cafetaria van Ome Piet aan het Dapperplein. Hij had al geruime tijd gerommel gehoord, piepen en knagen, maar gisteren was hij zich rot geschrokken. Door een gaatje in het plafond van de cafetaria stak opeens een spits rattenkoppie naar buiten. Twee agenten van politiebureau IJtunnel gaan eropaf en vragen of ik meega.
Voor de woning zie ik twee onthutste politieagenten staan. Ze waren al boven geweest. Op de trap was de lucht al niet te harden, vertelden ze, de typische zurige lucht van rattenpis. Een blik in de woning was genoeg om meteen het hazenpad te kiezen. "Ga zelf maar kijken," zegt een van de agenten zenuwachtig lachend, "dan praten we straks verder."
De deur van de woning staat op een kier. Ik geef een klein zetje en nog voordat ik goed en wel kan rondkijken, lopen de eerste ratten al over mijn voeten. Ik heb in mijn carrière veel gezien, maar altijd als ik denk dat ik alles gehad heb, blijkt het nog erger te kunnen. Op de vloer, de meubels, een kapotgevreten matras, het aanrecht, de kastjes, ja zelfs in de lampen en de tv lopen, zitten en krioelen honderden halfverwilderde bruin-witte ratten. Bizar!

Humane manier
Met de agenten overleg ik hoe we de ratten op een humane manier kunnen opruimen. Dan krijg ik opeens een idee. "Als we de ratten nu eens een voor een met een luchtbuks afschieten? Dan lossen we het probleem vandaag nog op."
De agenten kijken me verbaasd aan, maar stemmen meteen in. Een half uur later loop ik met lood in mijn schoenen naar boven. Helemaal alleen. Leuk is anders. Ik wil het netjes afhandelen. De beestjes kunnen er tenslotte niks aan doen.
Ik richt de loop van mijn buks op een van de ratten. Het nieuwsgierige beestje komt naar me toe, snuffelt eraan en pang! De rat is in een keer dood. Zo ga ik een tijdje door. Met tegenzin, dat wel, want eerlijk is eerlijk, ze zien er toch wel aandoenlijk uit met hun leuke snoetjes met trilhaartjes. Het is vermoeiend, emotioneel en raar. Regelmatig loop ik met een paar mayonaise-emmers - van de cafetaria - vol ratten naar beneden en blijf minstens tien minuten in de frisse lucht zitten.
Na drie uur hard werken en bijna vijfhonderd ratten verder zit de klus erop. Met gemengde gevoelens rijd ik naar huis. Ik vind dat ik een borrel heb verdiend.

SiMonumentaal: De parels van Amsterdam

Scheepvaarthuis, Prins Hendrikkade

door Simon van Blokland

Het Scheepvaarthuis. Een van de mooiste stukjes van de Amsterdamse School. De bouw startte in 1913 en in 1916 was het voltooid. De architecten waren M. de Klerk, J. van der Mey en Piet Kramer. Deze jonge architecten waren begaafd en getalenteerd en ze kregen de ruimte en mogelijkheden om hun ideeën gestalte te geven. Het gebouw werd gebouwd in opdracht van vijf scheepvaartmaatschappijen. Voor het interieur werden vooraanstaande binnenhuisarchitecten en kunstenaars aangetrokken, onder wie Hildo Krop.

Het gebouw dat de vorm heeft van een onregelmatige driehoek is een sieraad voor Amsterdam en staat op de Monumentenlijst. Thans is het gebouw in gebruik als hotel. Een aardig weetje is dat de reders aan de Buiten Bantammerstraat aan de achterzijde van het gebouw woningen hadden waar hun Chinese mensen die op de boten werkzaam waren huisvesting hadden. Dit is de start geweest voor de Chinezenwijk in Amsterdam

Advies van de Expert Gerard Bushoff
Wasautomaat kopen lijkt eenvoudig, maar is het niet

Een wasautomaat kopen lijkt eenvoudig, maar is het niet want je moet met veel dingen rekening houden. Expert Gerard Bushoff vertelt in deze servicerubriek waarop je zoal moet letten.

Er is de afgelopen decennia een enorme evolutie geweest in wasmachineland. De illustraties laten die zien. Van een handbediende trommel en wringer zijn we beland in een volautomatische machine die alle werk uit handen neemt. Bij de oprichting van ons bedrijf - Expert Bushoff aan de A.J. Ernststraat in Amsterdam-Buitenveldert - reden 45 monteurs in kleine auto's rond om een huurwasautomaat te brengen en weer op te halen: de zogenaamde snelwasser. Hier begon het allemaal mee.

Prijsverschil is verklaarbaar
Als u wasmachines in een winkel bekijkt, dan ziet u grote prijsverschillen. Daar is een verkaring voor en de duurste is ook niet per se de beste. Zaken waar u op moet letten zijn: uit hoeveel personen bestaat het huishouden, wat wordt het meest gewassen, wordt er vaak gewassen enzovoort? Ook is er veel keus in de capaciteit, die varieert van 6 tot en met tegenwoordig zelfs 12 kilo wasgoed. Het is natuurlijk onzin om voor een eenpersoonshuishouden een 12 kg-machine aan te schaffen.

Het merk
Ook een belangrijke vraag is: moet ik een Miele kopen, een Siemens of ander Duits merk of misschien de voordelige Whirlpool? Kwaliteit heeft een prijs, maar u krijgt hier enorme voordelen voor terug, want wat bijvoorbeeld te denken van een lange levensduur zonder de komst van een monteur? Niet voor niets geldt veelal de kreet 'Goedkoop is duurkoop'.
Een Miele staat bekend om de enorme betrouwbaarheid en levensduur van wel 20 jaar (gebaseerd op 5000 wasbeurten, dus 5 keer wassen per week). Maar wanneer u maar 2 keer per week wast, is het niet echt nodig om een Miele aan te schaffen. Een goed alternatief is een Siemens of Bosch, beide van Duitse makelij. Die zijn superbetrouwbaar en zijn van hoge kwaliteit.

Wassen met stoom
Wist u overigens dat er nu al machines zijn met stoom? Waarom stoom in een wasautomaat? Veel was wordt inmiddels gedroogd in een wasdroger waar de was droog en zonder kreukels uitkomt. Dit geeft echter wel extra slijtage aan bepaalde stoffen. Stoom is in dit geval de ideale oplossing. U wast zoals altijd en aan het eind van het programma laat u de T-shirts of overhemden in de machine achter om te stomen. Dit duurt ongeveer 15 minuten. De was is dan bijna strijkvrij! De nieuwste Miele machines hebben overigens een toets 'voorstrijken', om het strijkwerk tot een minimum te beperken.

Centrifugeren
Een vraag die ons ook vaak wordt gesteld is: waar moet ik op letten bij het centrifugeren van de wasautomaat? Belangrijk is de ondergrond. In het geval van beton is het simpel om met de pootjes de machine zo goed als mogelijk waterpas te stellen. Een houten vloer is een probleem. Dit is nauwelijks goed te krijgen en wij geven dan ook het advies om een 3 tot 5 cm dikke massieve plaat onder de wasautomaat te leggen. Het is raadzaam om in dit verband rekening te houden met het merk. De betere machines toeren heel langzaam op, waardoor de machine veel rustiger zal centrifugeren.

Checklist voor de aanschaf van een wasautomaat:

- Voorlader of bovenlader
- Trommelinhoud
- Centrifuge toerental
- Soort motor
- Automatische wateraanpassing
- Soort trommel
- Aantal schokbrekers
- Aantal en soort programma's
- De afmeting
- Bedieningsgemak
- Waterbeveiliging buiten en binnen
- Dosering wasmiddel

Mantelaar, de op een na beste oplossing

Iedereen wil oud worden, maar niemand wil het zijn. Want ouderdom komt met gebreken, je wordt hulpbehoevend en bent aangewezen op anderen. En als het niet langer meer gaat, dan verwacht de overheid dat de familie de mantelzorg op zich neemt. De meesten van ons willen niets liever, maar zijn er alleen niet altijd toe in staat, wonen te ver weg of hebben het te druk met werk en gezin.

En wat dan? Je vader of moeder overlaten aan de thuiszorg? Daar is vaak alleen tijd voor functionele zorg en niet voor persoonlijke aandacht. Bovendien komen er meestal veel verschillende mensen over de vloer die elk hun eigen taak hebben.

Mantelaar is dan de oplossing. Wij hebben een groot bestand studenten van zorggerelateerde studies zoals geneeskunde, psychologie en verpleegkunde. Mantelaar zoekt zorgvuldig de juiste persoon uit om bij uw vader of moeder op bezoek te gaan, iemand die bij hem of haar past en de tijd neemt. Iemand die kan helpen bij het aankleden, koken, samen boodschappen doen of naar het museum gaan. Iemand die dezelfde afwegingen als u maakt tussen een praatje, wandeling, karweitje of een poetsbeurt.

Ga naar www.mantelaar.nl of mail naar info@mantelaar.nl voor meer informatie.

De Oud-Amsterdammer Xtra is een servicepagina waar organisaties, instellingen, bedrijven en dergelijke de mogelijkheid krijgen om een artikel te plaatsen. Wilt u gebruikmaken van deze mogelijkheid? Neem dan contact op met onze media-adviseurs via tel: 020-7163979 of e-mail info@deoudamsterdammer.nl.

Verplicht spelen bij de gaarkeuken

Marchingband ATM rond 1960.

door Marianne Wiesenekker-Groen

Buiksloterdijk 174 wordt al een aantal generaties vanaf ongeveer 1890 door de familie Haan en Dam bewoond. Aan de achterkant keek men vroeger uit op de bebouwing van de Buikslotermeerdijk en de weilanden. Mijn grootouders en nu mijn moeder woonden daar in het houten huisje. Het was prettig daar als kind te komen: spelen op het trappetje voor de deur; oma gaf ons een touw en de trap werd voor ons een hijskraan. Mijn opa, Jan Haan, vertelde over de werf van De Vriesch Lentsch waar hij als scheepstimmerman onder andere werkte aan 'De Groene Draeck' voor prinses Beatrix. Oma vertelde over de excursies die ze met de vrouwenbond maakte naar diverse bedrijven. Veel mooie verhalen over het oude Amsterdam-Noord.

Verhalen
Zo hoorde ik verhalen over ome Ben Pommerel, die een autoriteit bleek op het gebied van de mandoline en mandolineorkesten. Deze orkesten waren onderdeel van een rijk Noords verenigingsleven in de tijd dat Buiksloot nog geen Amsterdam was, er nog geen radio en televisie was en de mensen bij elkaar steun, warmte en gezelligheid vonden. Toen mijn eigen kinderen muziek begonnen te spelen, gitaar en mandoline, kwamen zij als vanzelf terecht in twee orkesten die als opvolgers van het orkest van ome Ben Pommerel beschouwd kunnen worden, het AMTG en het AMKO onder leiding van Carlo Malizia, de schoonzoon van Ben Pommerel.
Omdat het jammer zou zijn als deze herinneringen zouden verdwijnen, zocht ik in januari 2013 contact met het Museum Amsterdam Noord, in het voormalig badhuisje van Vogeldorp. Dit resulteerde in de tentoonstelling 'Gehoord in Noord' over 11 muziekverenigingen.

Familiebanden zijn het fundament
Tijdens de interviews met de verenigingen kwamen heel wat verhalen los. Van accordeonvereniging Forzando die in het Astoria theater concerten gaf: tijdens de oorlog werd men verplicht bij de gaarkeuken te spelen. Maar bij voorspelen werd met opzet zo vals gespeeld dat het niet meer mocht. Het motto van Deku (Dubbel Quartet, DQ), opgericht door Karel en Natacha Oostheim, Joop en Gonnie Kist en Henk en Els Bosklopper: "De familiebanden zijn het fundament van de vereniging."
Il Mandolino repeteerde en gaf concerten in speeltuinvereniging Nieuwendammerham. Kamerorkest En Suite zocht het buiten de grenzen en speelde met veel plezier in Krakau en Praag. Symfonieorkest Con Brio startte in de koffiekamer van de ABN Amro bank aan de Vijzelstraat, de instrumenten werden opgeslagen in het archief. Dit orkest speelt op hoog niveau en richt zich op moderne muziek. Verder waren er het Buiksloterkoor, dat meestal in bloemetjesjurken of overhemden optrad, dameskoor Veni, Vidi, Vici, Harmoniekorps Tuindorp dat werd ondersteund door de NDSM en speelde bij tewaterlatingen van de schepen, de Marchingband ATM (een van de weinige verenigingen in Noord die nog in uniform loopt) en het Nieuwendammershantykoor.

Harmoniecorps Tuindorp speelt in 1952 voor het eerst in uniform op het Zonneplein.

Gehoord in Noord is nog tot en met 2 februari in Museum Amsterdam Noord, Zamenhofstraat 28 A, 1022 AD Amsterdam. Geopend dinsdag tot en met zondag van 13.00-17.00 uur. www.museumamsterdamnoord.nl.

De stilte van een kerkhof in '79

Trams werden in de winter van '79 gebruikt als sneeuwschuiver.

R. Nauta stuurde een aantal foto's (helaas kunnen we er wegens ruimtegebrek maar één plaatsen) en schrijft er bij: "Dit is een verlate foto van de winter 1979. Ik woonde toen in Oud-Zuid. Deze foto is genomen in de Van Woustraat. Zelf heb ik toen veel geschaatst in de polders bij Amstelveen en op de Amstel. Je kon tot achter Ouderkerk doorschaatsen en dat kon voor het eerst sinds ongeveer 1971."

"De dag dat de winter inviel, zaten we met een groep in een afgelegen huisje op Texel. Het was ongeveer rond oudejaarsdag 1978. Om vier uur 's middags viel de ijzel in. Die nacht raakten we ingesneeuwd en het duurde op de terugreis uren voor we lopend, per bus en trein de hoofdstad bereikten. Ik herinner me overigens nog een andere winter omstreeks 1977. Toen sloeg de ijzelregen toe aan het einde van de middag. Het was zo bizar glad dat je de bruggen niet meer op kwam."

Ik heb nooit zo lekker gewerkt
Anne Jacob van Omme voegt over de winter van 1979 het volgende toe: "Ik was toen 21 en werkzaam bij het GVB, remise Tollensstraat, afdeling begroting busbanden. Ik had kort tevoren een pand gekraakt in de Tuinstraat in de Jordaan. Toen het begon te sneeuwen, was het volgens mij vrijdag. In elk geval lag er maandag of dinsdag zeker 20 centimeter sneeuw. Er was geen openbaar vervoer en ook auto's konden niet rijden. Fietsen was natuurlijk helemaal uitgesloten. Drie dagen lang heerste in de stad de stilte van het kerkhof. Verrukkelijk!"
"Te voet begaf ik mij naar de Kinkerstraat om te gaan werken. Als uitzendkracht werd je immers per kwartier betaald en bovendien was het maar tien minuten lopen. Mijn baas woonde op de Albert Cuyp boven een café. Wij waren de enige aanwezigen. Ik heb nog nooit zo lekker rustig kunnen werken."

Vredeskerk

door Simon van Straaten

Eerst zat ik op de Franciscus van Salisschool in de Javastraat. Bij meester Kramer (Peukie Old Mac). Hier moest ik met rechts schrijven, terwijl ik met alles links was. Ik kreeg heel vaak een tik op mijn linkerhand als ik niet deed wat de meester zei. Aan het einde van het schooljaar werd ik zo boos op hem dat ik het inktpotje uit mijn bankje naar hem toe gooide. Met alle gevolgen van dien: ik moest van school.
Hierdoor moest ik de tweede klas overdoen op de St. Cornelisschool in de Pijnackerstraat bij de Vredeskerk. De verhalen over de Vredeskerk komen mij dus heel bekend voor. Hier mocht ik van meester Scheerder wel met links schrijven, maar ik moest ook proberen met rechts te schrijven.
In de 5de en 6de klas was het voor de jongens die overbleven altijd tussen de middag voetballen onder leiding van broeder Jeroen of broeder Acharius. Oefenen deden we tegen de St. Franciscusschool. In 1956 zaten we in de finale van het Paastoernooi tegen de Hebronschool op het terrein van AFC. Het werd 1-1 dus moesten we de volgende woensdag een beslissingswedstrijd spelen die we verloren met 1-0. De revanche in het Olympisch Stadion werd echter door ons met 1- 0 gewonnen en was de voorwedstrijd tussen Blauw-Wit en Ajax.

Overtoom

door V.P.M. Christiani

Het valt mij op dat er weinig geschreven wordt over de zijstraatjes tussen de Overtoom en het Vondelpark. Mijn ouders en ik woonden in de Saxenburgerdwarsstraat. De enige ingang van de Amsterdamsche Rijtuig Maatschappij met al zijn reuring van paarden en wagens bevond zich in de Saxenburgerdwarsstraat. Er was ook een uitgang naar het Vondelpark voor mensen die paard reden. Ik herinner mij nog dat bij het invallen van de schemering de vleermuizen die in de ARM huisden in de lengterichting van de Saxenburgerdwarsstraat vlogen.
Ernaast zat een (M)ULO-school, daarnaast een toen nog vrijstaand huis (daar woonde iemand die actief was in de Vereniging De Hollandsche Molen, daar weer naast zat een kolenboer met de naam Bacherach (o.i.d.) met daarnaast een aardappelboer met de naam Meekel.
Loek Biesbrouck vult hierop aan: "Op de hoek van de Saxenburgerstraat en de Overtoom had je een kruidenier met de naam Te Riele. Deze zaak heeft het langst bestaan. Verder had je in de Schoolstraat twee hele kleine kruidenierszaakjes en op de hoek van de Schoolstraat en de Overtoom zat een café met de naam Verkerk. Tussen deze drie straten zat de Velie gashaardenfabriek."

Kerstpot

door W.J.Gortzak

In De Oud-Amsterdammer van 24-12-2013 staan in de bijdrage van Dick van de Geld een foto en een stukje over de kerstpotten van het Leger Des Heils. Volgens hem zijn deze uit het straatbeeld verdwenen. Ik weet niet of de heer Van der Geld tot de Amsterdammers behoort voor wie, vanuit de stad gezien, Amsterdam bij het IJ ophoudt, maar er staat jaarlijks een kerstpot op het Buikslotermeerplein, bewaakt door een heilsoldaat in uniform. Soms staat daar ook het orkest van 'Het Leger' bij te spelen.

Ennie

door Ennie Bouwman

Heel erg bedankt dat u mijn reactie heeft geplaatst en nog wel op de voorpagina! Maar toch wil ik even reageren op de foto op de voorpagina van De Oud Amsterdammer van 7 januari. Onder de foto van mijn reactie op de winter van 1979 staat 'Ennie Bouwman met zijn gezin', maar het is met 'haar gezin'. Ennie is afgeleid van Hendrika, mijn ouders vonden dat (zeker) een mooie naam.

Dr. Polak

Dr. Polak

door Rob van Mourik

Ons gezin kreeg ook dokter Polak (dokter Polak werd genoemd in het artikel van Fred Klein op pagina 13 in de vorige editie-red.) als huisarts in de jaren 60. Hij woonde op de 2e Constantijn Huygensstraat 72. Als je kwam voor een consult, stond je al om half 8 voor de deur want om 8 uur begon zijn praktijk en met een beetje geluk werd je dan om 9 uur geholpen.
Ik had in mijn puberjaren last van astma dus kwam ik er regelmatig. Op de Montessori ulo waar ik op zat, twijfelde mijn onderwijzeres wel eens of ik wel echt naar de dokter was, omdat ik in die tijd ook nog wel eens spijbelde. Maar toen ik een keer in de wachtkamer kwam, zag ik haar daar ook en sindsdien heeft ze nooit meer getwijfeld. Mijn moeder had hele zware astma en als ze dan een aanval had en we belden, dan kwam hij langs in zijn auto om een injectie te geven. Alleen weet ik nog wel dat hij het niet zo leuk vond als je hem in het weekend belde.

Puzzel mee en win cd (4x) van The Messiah van Händel

'Ben je besnausneigerd' is de oplossing van de puzzel in De Oud-Amsterdammer van 7 januari. Het is Amsterdams dialect voor 'Ben je bedonderd?' (belazerd, besodemieterd of belatafeld). Waar het woord besnausneigerd vandaaan komt? Wij hebben dat niet kunnen achterhalen, misschien weet iemand van de lezers dat. Hoe dan ook, G. Tijssens uit Amstelveen en J. Burgman wonnen de prijs: twee keer twee kaarten voor de unieke SlingerTocht van rederij 't Smidtje en met Harry Slinger als gastheer.

Nieuwe puzzelprijs: een cd (vier exemplaren) van The Messiah van Händel zoals dat is uitgevoerd door The Bach Choir & Orchestra of the Netherlands. Meer informatie staat in de tekst naast de puzzel.

The Messiah van Händel
Barok-specialist Pieter Jan Leusink voert u op deze indrukwekkende cd mee in de indrukwekkende sfeer van Händels meesterwerk The Messiah zoals dat wordt uitgevoerd door 'The Bach Choir & Orchestra of the Netherlands'.

Barokspecialist Pieter Jan Leusink voert u mee in de indrukwekkende sfeer van Händels meesterwerk The Messiah. Händels Messiah is een groot gewaardeerd oratorium. Deze uitvoering brengt de unieke sfeer die Händels Messiah zo typeert. De nieuwste opname van Händels Messiah in de excellente opstelling van The Bach Choir & Orchestra of the Netherlands. De opname is hierdoor glansrijk en heeft een transparante sound. Gerenommeerde solisten maken deel uit van deze cd en liveconcert: te weten de fameuze Russische sopranen Olga Zinovieva en Jana Mamonova (zij staan garant voor emotionele vertolkingen van prachtige aria's), de fluwelen stem van Sytse Buwalda en de tenoren Martinus Leusink en Andrew Slater.
Om deze barokke opname nog dichter bij u te brengen vindt u bij de dubbelcd ook de dvd 'Het verhaal van de Messiah'. Met uitleg over de compositie, interpretatie en instrumenten. De adviesverkoopprijs van deze cd is € 25,-.

Live-uitvoering meemaken?
Wilt u een live-uitvoering meemaken? Op 21 april staat The Bach Choir & Orchestra onder leiding van dirigent Pieter Jan Leusink op het podium van de Grote Zaal in Koninklijk Concertgebouw Amsterdam. Deze uitvoering werd in diverse Nederlandse dagbladen beloond met uitstekende recensies vanwege de grootse uitwerking op het publiek. Wilt u Händels Messiah echt beleven en ervaren wat een live-uitvoering met u kan doen, kom dan luisteren.

'Door het deinen liep de tram uit de rails'

L. Kaagman, het jochie rechts, bij de eindhalte van lijn 9.

Samenstelling: Marian van de Veen-van Rijk en Simon van Blokland

In de rubriek 'Wie het weet, mag het zeggen' tonen wij uit de foto- en kaartencollectie van Marian van de Veen-van Rijk en Simon van Blokland beeld waarvan wij de lezers vragen waar deze is gemaakt en of ze er bijzondere herinneringen aan hebben. Een aantal inzenders met een aansprekende bijdrage krijgt als tegenprestatie het boekje 'Amsterdamse grachten' van Simon van Blokland. Hieronder staat de foto die wij plaatsten.

We hadden het al gezegd en zien het aan het aantal reacties: de raadplaat deze reis was een makkie. Dat wisten we natuurlijk wel, maar we waren vooral nieuwsgierig naar de aard van de reacties, want de plek - de eindhalte tevens beginpunt van lijn 9 bij stadion De Meer – is natuurlijk gewijde grond. Veel inzenders hadden het goed en we noemen zomaar een paar namen van hen die verder geen tekst toevoegden (dat is trouwens geen must): Gieleijn Escher, Tiny de Groot-van Mourik, Ronald te Dorsthorst (die zich café Van de Vuurst bij Diemen nog herinnert), Henk Tesink, Ch. Philip, Ruud Kooiman, Louis Kroese, Chris Rappange, Jan Bamert, Hans Bak, Bert Abel, Betty Rodewijk-van de Anker, Bertus Stoeltjes, Tom Hartgers en Bram Huyser. Allen heel erg veel dank.

Jongenskaartje
André Woons (een trouw inzender, hij komt ook hieronder terug in de nazit) laat weten: "Dit is de begin/eindhalte van lijn 9 op de Middenweg naast het Ajaxstadion. Als jochie ben ik vele malen langs deze plek gefietst, want ik voetbalde bij de vv Watergraafsmeer. Met lijn 9 mocht ik op zondag wel mee met mijn vader naar een wedstrijd van Ajax. Voor mij werd dan een jongenskaartje gekocht dat een kwartje of 40 cent kostte. Grappig eigenlijk: een jongenskaartje, want meisjes gingen eind 50 jaren niet of nauwelijks naar voetbal."

Wim Schillemans heeft het ook over het jongenskaartje: "Mijn ouders woonden met een gezin van 8 kinderen op de Tugelaweg 109 - 1 hoog, tegenover het Joods Monument. Ik was 7 jaar en ging met mijn vader op de zondagen mee naar het Ajax Stadion, lopend via de Middenweg (je moest wel oppassen dat de reigers bij Frankendael niet op je kop scheten). Ik kreeg dan altijd drie dunne Koetjeschocoladerepen van 10 cent, waarvan ik er 1 mocht opeten. Het was een echte traktatie. Bij het stadion moest ik in de rij staan om een 'jongenskaartje' te kopen. Als de kaartjes uitverkocht waren, ging het loket voor mijn neus dicht en dan rende ik naar een ander loket en probeerde daar een kaartje te kopen. Soms waren de kaartjes allemaal uitverkocht en dan gaf mijn vader me een duw zodat ik langs de suppoost toch het stadion in kwam. Eenmaal weer thuis moesten de twee overgebleven Koetjesrepen gedeeld worden met mijn broers en zussen."

Onderlangs
Vera van Dreven is niet van het voetbal, maar ook zij heeft hier herinneringen aan: "Mijn oma woonde op het Onderlangs en we konden vaak het gejuich horen. Als klein meisje van een jaar of 4, 5 werd ik met mijn vriendinnetje van de kleuterschool bij het Tropenmuseum op lijn 9 gezet. Dan werd tegen de conducteur gezegd dat we tot het eindpunt moesten blijven zitten. Daar aangekomen zat mijn oma te wachten op ons. Voor het avondeten bracht mijn oma ons met de tram weer terug en bleef dan bij ons eten."

Uitgestapt
Loek van Wijk weet: "Vroeger, toen Ajax nog in De Meer speelde, ben ik op dit eindpunt diverse keren uitgestapt. Ik woonde destijds in de Oosterparkbuurt en het was voor mij eigenlijk te ver lopen naar Ajax. Terug moest ik wel lopen omdat de tram dan overvol was. Als je er eindelijk in kon, was je ondertussen al thuis."

Transvaalbuurt
Ook Kees Roose ging regelmatig naar Ajax. "In de jaren 50 ging ik samen met mijn vader elke zondag naar Ajax, lopend vanuit de Pretoriusstraat waar mijn ouders een groentezaak hadden, over de Middenweg naar het stadion. De trams van lijn 9 waren afgeladen met Ajaxsupporters! In die tijd leidde de politie te paard alles in goede banen om ongeregeldheden te voorkomen. Ik kende ook jongens in die tijd die er een sport van maakten om zonder kaartje binnen te komen! De Transvaalbuurt was een buurt waar veel Ajaxspelers woonden, onder wie Piet Keizer, Wim Suurbier, Bennie Muller en Bertus Hoogerman. Hun ouders kwamen regelmatig in onze zaak voor hun boodschappen."

ROOD-WIT-thuis
Max Susan liep ook de Middenweg af naar Ajax: "Als Ajax thuis speelde, waren de extra trams van lijn 9 afgeladen met supporters naar dit eindpunt. Omdat ik in de Watergraafsmeer woonde, hoefde ik van dit 'haringen-in-een-tonnetjevervoer' gelukkig geen gebruik te maken.
We liepen met honderden supporters de Middenweg af tot het stadion en onderweg stonden de verkopers met het programmablad ROOD-WIT-thuis."

Joop de Lange - ook een trouw inzender - mocht altijd met zijn opa mee naar Ajax. "Een kaartje voor kinderen kostte, dacht ik, een dubbeltje. Mijn grootouders woonden toen in de Indische buurt en via de Molukkenstraat liepen we naar de Middenweg waar het een lange stoet was met nog meer Ajaxaanhangers. Van politiebegeleiding was toen geen sprake. Na afloop van de wedstrijd hetzelfde eind weer teruglopen en thuis naar de radio luisteren voor de uitslagen van de andere voetbalwedstrijden."

Betondorp
Andries de Vries woonde destijds in de Sitterstraat in de wijk Jeruzalem in Oost: "Dat waren kleine noodwoningen waar ik zo'n 20 jaar heb gewoond. Als ik uit mijn slaapkamer keek, zag ik de Emmakerk en bij ons voor zag je de Koningskerk. Ik wist altijd hoe laat het was en ik wist ook altijd wanneer Ajax speelde. Normaal gesproken stonden er heel weinig auto's in de straat, maar als er werd gevoetbald stond de straat vol. Als kind had ik een vriendje wonen in Betondorp. Dan glipte ik op lijn 9 en reed altijd 3 haltes mee naar het eindpunt. Ook legden we vaak klappertjes op de rails en dat gaf een enorme herrie als de tram kwam."

Drieasser
Axel Montezinos weet én het eindpunt én heeft gegevens over de tram die we zien: "We zien hier een drieasser tramstel met motorwagen 493 op lijn 9 aan het eindpunt Watergraafsmeer nabij het stadion De Meer van Ajax."

Geen echte rottigheid
L.G. Kaagman stuurt een mooi bericht plus een prachtfoto en laat weten: "Hierbij een foto uit ongeveer dezelfde periode als de foto in de krant. In de jaren 50 was ik conducteur op deze lijn en later chef. Wij hebben in die tijd heel wat meegemaakt op de wedstrijdzondagen. Met hulp van de politie de trams vol laten lopen, daarna gingen de passagiers na 20 meter vanaf het eindpunt allemaal hossen waardoor de wagens op en neer gingen. Maar echte rottigheid viel altijd mee. O ja, ik ben dat jochie rechts op de foto."

Deinen in de tram
Helene Salomonson-Schouten heeft een lange bijdrage met naar eigen zeggen haar meest bizarre ervaring. "De supporters van Ajax maakten er op een gegeven moment er een gewoonte van om kort nadat de tram de eindhalte had verlaten door gezamenlijk te hossen de tram uit de rails te krijgen. Als je dit maar flink hard deed, en vooral door de gezamenlijkheid, was dit een fluitje van een cent. Resultaat: tram uit de rails. De leiding van de Amsterdamse politie vond op aandringen van de burgemeester en de leiding van het GVB dat dit moest stoppen. De raddraaiers moesten worden aangehouden en door Justitie worden vervolgd. Elke tram die bij een volgende thuiswedstrijd van Ajax de eindhalte verliet, werd mede bemand door drie 'stillen' plus jonge dienders die net van school waren. Op een zaterdagavond speelde Ajax thuis en ik maakte dienst uit van zo'n team van drie rechercheurs. Het was mijn taak om plaats te nemen in de buurt van de conducteur en er achter proberen te komen wie de daders waren. De eivolle tram vertrok van de halte en ter hoogte van het Ajaxstadion begonnen vrijwel alle passagiers lichtjes te deinen en de tram nam snel de cadans over. Dit werd langzaam erger. Het deinen van de passagiers ging over in een flink gehos en voordat de tram de halte Kruislaan had bereikt, stond de tram naast de rails. Zoals afgesproken hield de conducteur de deuren dicht zodat de politie zijn werk kon gaan doen. Men was er echter aan voorbijgegaan dat de deuren met de noodrem geopend konden worden en in enkele tellen was de tram nagenoeg leeg. Drie stillen, de trambestuurder en de conducteur waren de enige nog aanwezigen."

Met de bus
Jan van Zalingen doet de volgende duit in het zakje: "Ik kan me deze plek goed herinneren omdat ik als jongen hier vandaan de bus nam naar de Kilometerbrug om bij mijn oom en tante die in het rode dorp bij het Amsterdam-Rijnkanaal woonden het weekend door te brengen."

Peuken zoeken
Bij C. Heek komen er veel herinneringen boven: "Als kind woonde ik in de Brinkstraat 64 en speelde veel in de buurt van het Ajaxstadion waar je via de zijkant over een slootje kon springen om naarbinnen te gaan. Dan zochten we bij de kaartverkoophokjes tussen het grind of er misschien een dubbeltje of kwartje was gevallen. En ik zocht ook samen met een paar vriendjes sigarettenpeuken en die rookten we stiekem op. Als kind kon je bij de eindhalte nog makkelijk spelen."

Sfeer in De Meer
Tot slot is er in deze editie John Muuren, die schrijft: "Vanaf begin jaren 80 tot de opening van de Arena had ik een seizoenkaart van Ajax. Zoals men vroeger ook zei 'In de Meer is er altijd sfeer'. Dit kwam omdat je na de wedstrijd en trainingen vrij makkelijk contact kon zoeken met de spelers. Daarna was naar mijn mening de sfeer en het contact als supporter met de spelers ver te zoeken. Vroeger kon je zonder enige moeite een handtekening vragen en op de foto met een speler. Nu is dat bijna niet meer mogelijk."

Omdat we veel te veel reacties kregen voor een pagina (zelfs voor twee) hebben we besloten om in de volgende editie hierop terug te komen en nog een aantal reacties mee te nemen. Dan maken we ook bekend welke tien (want vijf maal twee) een boekje van Simon krijgen toegestuurd. In de volgende editie komen we ook terug op de vorige raadplaat, die van de Celebesstraat.

Nieuwe raadplaat

De nieuwe raadplaat is er eentje van een fraaie gracht waarvan Amsterdam er zoveel heeft. De foto is vrij oud en daardoor is het niet makkelijk. Maar we geven een tip: denk eens aan een rivier!

Reacties kunt u mailen naar

info@deoudamsterdammer.nl

of sturen naar
De Oud-Amsterdammer
Postbus 5003
1380 GA Weesp

'Amsterdam in gesprek' over Heineken

In februari staat tijdens twee zondagmiddagen en in maart tijdens één zondagmiddag Heineken centraal in de serie 'Amsterdam in gesprek'.
Op zondag 2 februari is het onderwerp 'Heineken's Amsterdam'. Hierin staat de bloei van Amsterdam in de tweede helft van de 19e eeuw centraal. Piet de Rooy, emeritus hoogleraar Nederlandse geschiedenis UvA, is gastspreker.
Op zondag 16 februari spreken Maarten Rijkens (oud-directeur Heineken) en Bram Bouwens (Universiteit Utrecht/mede-auteur van het te verschijnen boek 150 jaar Heineken), over de geschiedenis van Heineken.
Op zondag 2 maart vertelt Annejet van der Zijl (biograaf Gerard Heineken) over de betekenis voor Amsterdam van het leven van de grondlegger van Heineken.
'Amsterdam in gesprek' vindt plaats in het gebouw van het Stadsarchief aan de Vijzelstraat 32 (gebouw De Bazel). De middag begint om 15.00 uur, de toegang is gratis (er is een beperkt aantal stoelen beschikbaar en vol=vol).

Tentoonstelling over het Amsterdam van Gerard Heineken
In het Stadsarchief Amsterdam in gebouw De Bazel aan de Vijzelstraat 32 is van 7 februari tot en met 11 mei een tentoonstelling te zien over de invloed die de grondlegger van het bedrijf, Gerard Heineken, in Amsterdam heeft gehad.

Gerard Heineken nam in 1864 (150 jaar geleden) de oude brouwerij De Hooiberg in Amsterdam over. Met het bouwen van een nieuwe brouwerij aan de Stadhouderskade in 1868 legde hij de basis voor het huidige wereldwijde Heinekenconcern én werd hij een van de belangrijke grondleggers van het moderne Amsterdam. De ondernemer en vernieuwer werd snel succesvol met het brouwen van het toen nieuwe 'Beierse bier' oftewel pils en hij ontpopte zich als een betrokken Amsterdammer. Hij spande zich in voor goede huisvesting voor arbeiders, voor de armenzorg en voor de bevordering van kunst.
De tentoonstelling Heineken's Amsterdam is dinsdag tot en met vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur geopend en zaterdag en zondag van 12.00 tot 17.00 uur. Op aanvraag zijn groepsrondleidingen mogelijk voor 10-20 personen met aansluitend een horeca-arrangement. Voor informatie en reservering: groepsrondleidingen@stadsarchief.amsterdam.nl.

Heilige Huisjes in Van Eesterenmuseum

Het Van Eesterenmuseum presenteert van 22 januari t/m 21 juni 2014 in het kader van de religeuze stad 'Heilige Huisjes'. Heilige Huisjes is een manifestatie die bestaat uit een nieuwe tentoonstelling, speciale rondleidingen, diverse gesprekken en bijeenkomsten over het hergebruik, architectuur en geloven in Amsterdam Nieuw-West.
De kerkgebouwen in Amsterdam Nieuw-West vertellen het verhaal over de totstandkoming van dit wederopbouwgebied in het sterk verzuilde Nederland van na de Tweede Wereldoorlog. Cornelis van Eesteren en zijn tijdgenoten waren ervan overtuigd dat de nieuwe wijken van de Westelijke Tuinsteden het sociale en culturele leven zouden verbeteren. De kerken kregen binnen deze wijkgedachte een belangrijke rol. De bijzondere vormgeving, zowel de traditionele als de moderne, van de naoorlogse kerkarchitectuur domineren het straatbeeld. Moderne materialen zoals beton en staal en prefab elementen worden vaak en experimenteel gebruikt voor de bouw van de kerken. In Nieuw-West zijn er nog veel religieuze parels te vinden zoals het Catharinacomplex, de Olijftak, de Ontmoeting en de Lourdeskerk.
In dit kader van deze tentoonstelling wordt op 22 januari een zogenoemd Van Eesterengesprek gehouden. Gassprekers zijn Judikje Kiers, directeur Bijbels Museum & Ons' Lieve Heer op Solder en Marisa Melchers, zelfstandig architectuurhistoricus. En zaterdag 25 januari vindt de fietsexcursie onder begeleiding van kunstenaar Rob Loos en architectuurhistoricus Jasmin Šporer plaats. Vanaf het Van Eesterenmuseum gaat de excursie langs het Catharinacomplex, de Olijftak, de Ontmoeting en de Lourdeskerk.
Meer informatie is te vinden op www.vaneesterenmuseum.nl

Beste dansers van Nederland in Carré

LOUD! Dance Experience Reinvented staat op vrijdag 21 en zaterdag 22 februari in Koninklijk Theater Carré. Het is een dansvoorstelling gemaakt met de 8 beste dansers van Nederland onder artistieke supervisie van Lloyd Marengo (oprichter van het Hip Hop Huis in Rotterdam) in samenwerking met de choreografen Ed Wubbe (Scapino Ballet) en Vincent Vianen (SYTYCD).
De nieuwe danssensatie LOUD! is een mix van verschillende dansstijlen en brengt de allerbeste dansers van dit moment samen op één podium! LOUD! is een nieuw concept binnen de Nederlandse danswereld en onderscheidt zich door de abstracte, kunstzinnige en commerciële kanten van danstheater samen te brengen. De cast bestaat uit o.a. Xisco Riboch (Hustle Kidz), Jessy Kemper (The Ruggeds: Battle Of The Year 2013), Fabia Witkamp en Angelo Pardo (SYTYCD).
Voor meer informatie en kaartverkoop http://web.carre.nl.

Meesterwerk in De Nieuwe Kerk met werk van Francis Bacon

De serie Meesterwerk in De Nieuwe Kerk Amsterdam wordt vanaf 21 februari 2014 voortgezet met Francis Bacons triptiek In Memory of George Dyer uit 1971. Met dit werk krijgt de serie na De Heilige Familie van Rembrandt (2011) en Andy Warhols The Last Supper (pink) (2012) een bijzonder vervolg.

Bacon (1909-1992) koos voor een drieluik, traditioneel een religieus format, om een gedenkteken te creëren voor George Dyer, die meer dan zeven jaar zijn partner was geweest. Dyer pleegde in 1971 zelfmoord in de Parijse hotelkamer die hij deelde met Bacon, twee dagen voor een grote overzichtstentoonstelling van Bacon in het Grand Palais.
In 2011 startte De Nieuwe Kerk met de serie Meesterwerk, waarbij jaarlijks een meesterwerk met een religieuze en/of spirituele lading uit een museale of particuliere collectie wordt getoond. Meesterwerk is te zien tot en met zondag 30 maart 2014. Meer informatie is te vinden op www.nieuwekerk.nl.

Programma Amsterdam Museum

Fong Leng – Fashion & Art, t/m 16 maart 2014
Voor het eerst toont het Amsterdam Museum recent werk uit de privécollectie van Fong Leng naast creaties uit de eigen museumcollectie. Modeontwerpster en kunstenares Fong Leng geldt als 'la grande dame' van de Nederlandse mode.

Dit is mijn buurt!
Voor de wezenkastjes op de binnenplaats (gratis toegankelijk) heeft het Amsterdam Museum kinderen gevraagd om hun buurt in beeld te brengen.

Het Kleine Weeshuis
Kinderen ontdekken op een spannende manier hoe het leven in het weeshuis van de 17e eeuw moet zijn geweest.

Cursus Polak voor pure zelfverdediging

Het wordt er in Amsterdam op straat niet veiliger op. Daarom is het noodzakelijk dat de mensen weerbaarder worden, om zich goed te kunnen verdedigen wanneer ze lastig gevallen worden. Dit is de mening van Stephan Polak (Nederlands Grootmeester Pencak Silat die zijn lesbevoegdheid heeft behaald in Jakarta, waar hij enkele jaren heeft getraind).
Er blijkt een grote vraag te zijn naar een effectief verdedigingssysteem dat toegankelijk is voor iedereen. Geen ingewikkelde loopjes of bewegingen, maar eenvoudige, praktische handelingen die iedereen snel kan leren en uitvoeren. Binnenkort start daarom in Amsterdam een no-nonsense cursus zelfverdediging, opgebouwd uit verschillende vechtsportdisciplines. Deze zijn zo gefilterd dat de beste, meest effectieve en makkelijkste technieken overblijven. Iedereen kan het leren: jong en oud, man en vrouw. De oudste leerling die Polak - zo heet deze combinatie - getraind heeft in Amsterdam is 84 jaar.
De cursus start dinsdag 4 februari, duurt 10 weken en wordt gehouden in de gymzaal van de 2de Dalton school in Amsterdam-Zuid (naast het Hilton). Meer informatie via tel: 06-53948823, e-mail amsterdam@zelfverdedigingschoolnusantara.nl of op www.zelfverdedigingschoolnusantara.nl.

Tentoonstelling Gehoord in Noord

In het Museum Amsterdam Noord is nog tot en met 2 februari in het voormalige badhuis van Vogeldorp aan de Zamenhofstraat 28A een tentoonstelling ingericht over hoe het bloeiende muziekverenigingsleven van Amsterdam-Noord zich voltrok vanaf rond 1910 tot nu.
De tentoonstelling Gehoord in Noord baseert zich op de verhalen van en interviews met de volgende muziekverenigingen en koren: de accordeonverenigingen Forzando en Deku, de mandolineorkesten Il Mandolino (foto) en Toccare, het kamerorkest En Suite, het symfonieorkest Con Brio en het koor Veni Vidi Vici, het Buiksloterkoor en het Nieuwendammer Shantykoor. Ook ontbreken Harmoniecorps Tuindorp (HTC) en de Marchingband ATM niet. Openingstijden zijn van dinsdag t/m zondag 13.00 tot 17.00 uur.
Meer informatie is te vinden op www.museumamsterdamnoord.nl (zie ook pagina 7).

'Als Arie kwam, zorgde ik altijd dat ik er was'

Op 8 januari bereikte ons het bericht dat op 80-jarige leeftijd DWS-icoon Arie de Oude is overleden. De ras-Jordanees was al lange tijd ziek en overleed in zijn slaap. Arie Oude speelde van 1958 tot en met 1962 voor DWS. In negentig competitiewedstrijden scoorde hij 63 keer. In de editie van 24 december schreven wij op speciaal verzoek van een neef van hem met als titel 'Arie de Oude is geen 'nagemaakte'' een ode aan Arie. Dat artikel is hem voorgelezen en hij was er trots op. Op dat artikel kwamen reacties die we in de vorige editie plaatsten en als laatste eerbetoon publiceren we nu nog drie reacties van fans van 'Arie, Arie, Arie!'

door Gerard Werkhoven,

Met veel plezier las ik het artikel over 'Onze Arie'. Ik schrok ervan dat het laatste fluitsignaal voor hem zou klinken. Het is een leuk artikel en ik herken er veel in. Alleen dat de Staatsliedenbuurt de buurt van DWS was, daar heb ik mijn twijfels over. Ik ben zelf geboren en getogen in de Spaarndammerbuurt en voor zover ik weet was dit de buurt van DWS. DWS had immers de accommodatie op de Spaarndammerdijk, naast de Spartaan. Ook oud-speler Harm Dijkstra had een sigarenzaak in de Zaanstraat. Naar aanleiding van de kampioenswedstrijd in de Eredivisie tegen toen nog GVAV is er door Het Parool een LP uitgebracht met het verslag van deze wedstrijd. Daarop zegt de verslaggever: "DWS, de club uit de Spaarndammerbuurt met een roemrucht verleden."

Arie reed voor HILO
Maar dat doet allemaal niets af aan de reputatie van Arie. Ik heb hem ook persoonlijk gekend. In de opsomming van zijn beroepen ontbreekt er één waar ik Arie van ken. Hij was ook chauffeur/vertegenwoordiger bij HILO, een frisdrank die nauw verwant was aan Coca-Cola. Ik geloof zelfs dat HILO de eerste was die een mix - cola en cognac - in flesjes bottelde.
Mijn vader Joop was conciërge in het Feestgebouw op de Spaarndammerstraat 78 en ook daar kwam Arie de HILO-producten bezorgen. Ik zal toen zo'n 8 à 9 jaar geweest zijn. Maar ik zorgde altijd dat ik er was als Arie kwam. Arie was altijd vriendelijk en uiteraard voorzag hij mij van de nodige foto's en dergelijke voor mijn vriendjes.

Arie had humor
Ook vond ik dat Arie humor had. Ik zal nooit een wedstrijd in het Olympisch Stadion vergeten waarbij iemand vanaf de Marathontribune (daar zaten wij altijd) riep: "Hé Arie, doen we er nog wat aan?" Of Arie het gehoord had kan ik niet nagaan, maar hij draaide zich abrupt om naar de Marathontribune en gebaarde met beide armen: 'Dan kom jij hier maar staan.'

Goed team
Het team waarin Arie speelde was een goed team. Genoemd zijn al Jan Jongbloed, Rinus Israël, Andre Pijlman en Frits Flinkevleugel. Maar vergeet ook Jos Dijkstra, Joop Burgers, Daan Schrijvers en Joop de Jong niet. Joop de Jong werd tijdens een oefeninterland van het Nederlands elftal onderuit gehaald en brak zijn been op meerdere plaatsen. Einde carrière voor Joop. En onze Jan Jongbloed is doelman geweest van het Nederlands elftal tijdens het WK van 1974.

'Door Arie kantelde de wedstrijd'

door A. van der Horst

Als jongetje woonachtig op de Van Tuyll van Serooskerkeweg woonde ik recht tegenover het Olympisch Stadion. Op zondag ging ik met een jongenskaartje naar een voetbalwedstrijd. De ene week naar Blauw Wit en de andere week naar DWS. Er is zelfs een periode geweest dat beide clubs op zondag achter elkaar thuis speelden, het zogenaamde dubbelprogramma. Wat een feest was dat.
Ik weet me nog de wedstrijd DWS – Alkmaar'54 op 15-1-1961 goed te herinneren. De Alkmaarders stonden met 2-0 voor en leken op weg naar een overwinning. Het fijne weet ik er niet meer van, maar Arie tikte een door keeper Houtkooper losgelaten bal pardoes in het verlaten doel. Het was een curieus doelpunt dat werd goedgekeurd. Daarna rolde het 'Arie, Arie'-gebrul van de tribunes en de wedstrijd kantelde helemaal in het voordeel van DWS, dat uiteindelijk met 4-2 zegevierde.

Amsterdam en softdrugs

Michael Cezar op latere leeftijd, hier gefotografeerd in de VS met op zijn cap de veelzeggende tekst 'Pope'. 'The pope of dope' was zijn bijnaam, vandaar. Het verhaal gaat dat klanten zijn winkel eens wilden platbranden als ze geen marihuana meer kregen.Hij wilde de zaak sluiten voor de nacht, maar er was nog een lange rij klanten en wijselijk bleef hij open.

Het is niet meer weg te denken uit onze hoofdstad: softdrugs. Die kun je in een van de in totaal 220 tellende coffeeshops van Amsterdam vrij kopen. Ik denk dat velen met mij eigenlijk helemaal niet weten hoe dat zit met softdrugs. Zo kwam ik al surfend op het internet op de naam Wernard Bruining. Hij opende in 1972 de allereerste coffeeshop: 'Mellow Yellow'. Er is zelfs in Mokum een museum dat alles vertelt over de cannabis: 'Hash Marihuana & Hemp Museum'.

Al jaren is er de discussie of het gebruik van softdrugs, en dan met name de cannabis, goed of slecht zou zijn voor de gebruiker. Feit is dat het ook medicinaal toepasbaar is en volgens de website van genoemd museum is het 'de veiligste, gezondste en doeltreffendste manier die er bestaat'. Wernard Bruining vertelt op een site hoe hij begon in de jaren 70 met de verkoop van cannabis: "We gingen naar een dealer, die heette Cezar. Daar kocht je een pond of een kilo en dat sneed je in stukjes van 10 en 25 gulden en dat verkochten we."


Die Michael Cezar, want zo heette hij voluit, runde in de jaren 70 de marihuanaboot van de Lowland Weed Company aan de Wittenburgergracht. Ik ontdekte de boot en was welkom om foto's te maken; de reportage stond later groot in Het Parool. Michael Cezar was Amerikaan, is later terug naar de VS gegaan en heeft in New York City op diverse locaties jarenlang cannabis verkocht. Mocht u zelf nog herinneringen hebben aan dat schip 'De Johanna', gelegen aan de Wittenburgergracht, dan hoor ik dat graag.


Tot de volgende krant!

Michael Cezar in 1977 bij zijn marihuanaplanten. Hij had een grondige hekel aan harddrugs. "Mariuhana is de veiligste drug in de wereld en is veiliger dan aspirine", vertelde hij.
Bezoekers gingen het schip binnen via een mondvormige ingang. Onder in het schip verkocht Cezar de hele dag marihuana tegen prijzen van 2 tot 2½ gulden per gram. We schrijven 1977...
'De Johanna'. Links op de foto het kastje met marihuanaplanten, in het midden de ingang, met schuin daarachter de Amerikaanse vlag. Hier haalde onder anderen Wernard Bruining zijn handel voor zijn coffeeshop 'Mellow Yellow.'

Lees ook